Het Koningsglas geschonken door Philips II en Mary Tudor aan de St.Janskerk te Gouda (1557).
Copyright © Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist.

ZEVENDE GLAS ONTRUKT AAN DE VERGETELHEID

Door MARC COUWENBERGH


AMSTERDAM/GOUDA, 4 juni 2005 - "Niemand kan er meer omheen", zegt Wim de Groot. "Het Zevende Glas is aan de vergetelheid ontrukt." Deze week verscheen zijn boek The Seventh Window, over het zevende glas in de St.Janskerk.
Het is voor het eerst dat een studie uitgebreid ingaat op de geschiedenis van één van de opmerkelijkste glazen van de St.Janskerk: het glas dat de Spaanse koning Philips II aan Gouda schonk in 1557.

Het is het grootste glas aan de noordkant van de kerk. Onderaan is Philips II afgebeeld, compleet met kroon en koningsmantel, keurig geknield bij het Laatste Avondmaal. Iets achter hem zit zijn vrouw Mary Tudor, ook geknield.
     Het boek plaatst dit zogenaamde koningsglas tegen de achtergrond van de politiek-economische en religieuze ontwikkelingen van het midden van de zestiende eeuw, de aanloop naar de Tachtigjarige Oorlog met zijn strijd tussen de katholieke kerk en het opkomende protestantisme.
     De Groot benadrukt dat het Goudse koningsglas in feite het politieke en religieuze beginselprogramma van de Spaanse vorst Philips II is. Het toont zijn macht en rijkdom en maakt duidelijk dat Philips II vasthield aan het katholieke geloof dat het lichaam van Jezus aanwezig is in het brood van de heilige communie waarmee de katholieken het Laatste Avondmaal vieren.
     "Artistieke vrijheid heeft de maker Dirck Crabeth bij dit glas nauwelijks gehad", zegt De Groot. "De opdrachtgever, het hof van Philips II, had alles vastgelegd."
     Hoeveel geld Philips II in 1557 aan Gouda betaalde voor het glas is niet meer te achterhalen, omdat die jaargangen van het archief van Philips II verloren zijn gegaan.
     Maar De Groot becijferde dat Dirck Crabeth ongeveer 420 Carolus guldens moet hebben ontvangen. Daarmee bevond een van Nederlands meest beroemde glazeniers zich ruim boven de salarisschaal van een architect of meestermetselaar.
     De auteur wijst erop dat dit bedrag echter in geen verhouding staat tot de vorstelijke beloningen die kunstschilders van die tijd als Titiaan of Jan van Scorel kregen voor opdrachten van vorsten of de kerk.
     De productie van glas-in-lood ramen was ook meer ambacht dan kunst. Het werk was verdeeld over verschillende mensen die allemaal een stukje deden. Zo was er een ontwerper die vaak gebruik maakte van bestaande prenten. Dan was er de cartontekenaar die het kleine ontwerp tot een werktekening op ware grootte maakte. En vervolgens waren het de glasschilder en de glasmaker die het glas vervaardigden conform het carton. Maar Dirck Crabeth en zijn broer Wouter vormden een uitzondering op die regel: de Crabeths deden alles zelf. Dat maakt dat ze toch eigenlijk wel meer kunstenaars waren.
     Het boek toont aan dat Dirck Crabeth ook zelf betrokken was bij de fondswerving voor nieuwe glazen. Op 29 oktober 1553 maakte hij deel uit van een Goudse delegatie die met de burgemeester aan het hoofd naar Utrecht afreisde om bij de kerkelijke autoriteiten daar te vragen of ze ramen wilden schenken voor de herbouw van de St.Janskerk. Die was in 1552 afgebrand en daarbij was ook een raam geschonken door de Oostenrijkse keizer Maximiliaan in 1512 mogelijk verloren gegaan. De Groot: "Het Goudse koningsglas is op zich niet uniek. Het was gewoonte dat kerkelijke en wereldlijke vorsten glazen schonken om uitdrukking te geven aan hun macht."

Het carton van het koningsglas maakte veel indruk in Madrid
Het feit dat over het zevende glas een compleet boek werd geschreven wil niet zeggen dat een dergelijk glas-in-loodraam uniek is in Nederland. "Er zijn meer kerken in Nederland, Delft, Den Haag en Amsterdam, die keizersglazen of koningsglazen hadden. Het unieke van Gouda is dat de glazen en cartons er samen bewaard zijn gebleven" aldus Wim de Groot, auteur van The Seventh Window.
     Dat De Groot niet alleen staat in die opvatting, bleek in 1997 toen hij het prestigieuze Museo del Prado in Madrid enthousiast kreeg voor het carton van het Goudse koningsglas als onderdeel van een grootse expositie ter gelegenheid van 400 jaar overlijden van Philips II in 1998. Het bestuur van de St.Jan stemde erin toe dat voor het eerst in de geschiedenis van de cartons, deze het land mochten verlaten. Ook de regering verleende die toestemming. Gescheiden van elkaar reisden de delen van het carton met de portretten van Philips II en zijn vrouw Mary Tudor naar Madrid. Zodat, als er iets met de ene cartonstrook zou gebeuren, de andere gespaard bleef. In Madrid maakte het Goudse carton indruk. Spanjaarden en ook de internationale pers bestempelden het carton, getekend door Dirck Crabeth, als een van de absolute topstukken van de expositie.
     "Na het succes in het Prado, kostte het me geen moeite meer om medewerking te krijgen voor mijn idee om een boek te maken over het Zevende Glas", vertelt De Groot. Hij verzamelde twintig gerenommeerde historici en kunsthistorici om zich heen, niet alleen uit Gouda en Nederland, maar ook uit Spanje, Engeland, Italië, België en de Verenigde Staten, die elk een aspect voor hun rekening namen. Zo onderzocht een van de auteurs de 'De Blijde Inkomste' die Philips als kroonprins maakte in de Lage Landen. De prins liet Gouda op deze trip letterlijk rechts liggen, waarop het Goudse stadsbestuur maar een delegatie naar Amsterdam stuurde om hem daar eer te bewijzen.

'Bij glas niets aan toeval overgelaten'
De Groot acht het ook heel onwaarschijnlijk dat Philips II geposeerd heeft voor het portret dat Dirck Crabeth van hem tekende. Er zijn meer nagenoeg identieke portretten van Philips bekend. Hoogstwaarschijnlijk kreeg Crabeth er zo een door het hof aangeleverd en moest hij dat natekenen. Ook voor de afbeelding van de kroon, de kostuums en de wapenschilden moet hij nauwgezette instructies hebben gekregen. De Groot: "Wat de koninklijke presentatie betreft werd niets aan het toeval overgelaten."
     De totstandkoming van het boek vergde meer dan zes jaar. Het idee ervoor was bij De Groot ontstaan in de tijd dat hij als restaurator werkte aan de conservatie van het carton van het zevende glas op de orgelzolder in de St.Janskerk, de periode van 1993 tot 1996. Tot zijn verbazing ontdekte hij toen dat er eigenlijk weinig over bekend was. Ook in een omvangrijke Spaanse studie over de bijdrage van Philips II aan de kunsten, kwam het Goudse koningsglas zelfs niet in een voetnoot voor. De Groot besloot daarom de Spaanse auteur te wijzen op de lacune. Met als gevolg dat een jaar later het carton dus in Madrid hing.
     Door de internationale inbreng verwacht De Groot dat het boek een belangrijke impuls gaat geven aan de discussie over de glas-in-loodkunst van de zestiende eeuw in Europa en in Gouda in het bijzonder. "Uit de hele wereld komen er reacties", vertelt hij. Zelf werkt hij inmiddels aan een vervolgstudie over de maker van het koningsglas Dirck Crabeth en zijn broer Wouter.
     "Ik heb al ervaren dat veel van wat er over Crabeths wordt beweerd inmiddels is achterhaald." Zo stelde De Groot een paar jaar terug vast dat de Crabeths in 1523 reeds actief waren als glazeniers in St.Hubert in de Luxemburgse Ardennen. De Groot die het ambacht van papierrestauratie combineert met dat van kunstenaar, voelt zich verwant aan Dirck Crabeth: "Eigenlijk doe ik dit allemaal voor hem. Ik plaats Dirck Crabeth door gedegen wetenschappelijk onderzoek op het voetstuk dat hij al eeuwen verdient. Door het Prado en The Seventh Window zijn we op de goede weg."

WIM DE GROOT et al. (ed.), THE SEVENTH WINDOW. THE KING'S WINDOW DONATED BY PHILIP II AND MARY TUDOR TO SINT JANSKERK IN GOUDA, NL-Hilversum 2005. Bij het boek verschijnt een cd met gedetailleerde afbeeldingen van het koningsglas en carton (aan te raden). Boek (€ 40.00) en Cd (€ 10.00) zijn te bestellen bij Uitgeverij Verloren of de erkende boekhandel in uw woonplaats.