BIJDRAGEN EN MEDEDELINGEN BETREFFENDE DE GESCHIEDENIS DER NEDERLANDEN, Vol. 121-2, Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap, 2006, p. 328-29.

Op 7 november 2003 vloog een werkkeet die tegen de Sint Janskerk in Gouda was geplaatst in brand. Gelukkig beschermde de aangebrachte dubbele beglazing de kerk, want het was bijna het einde geweest van het zich daarboven bevindende zevende raam (in de traditionele telling), het koninklijke, dat in opdracht van Philips II en zijn toenmalige echtgenote Mary Tudor in de tweede helft van de jaren vijftig van de zestiende eeuw door Dirck Crabeth werd gemaakt ter vervanging van een vorig raam dat bij de grote brand van 1552 verloren was gegaan. Het idee om een boek te wijden aan dit weinig bestudeerde gebrandschilderde raam kwam bij Wim de Groot op toen hij tussen 1993 en 1996 het 'carton' (de ontwerptekening) ervan restaureerde. Hij had daarvoor contact met Spanje en daaruit resulteerde een tentoonstelling van het 10 meter hoge 'carton' in het Prado. Het resultaat van dit initiatief is een buitengewoon mooi geïllustreerd boek met 21 bijdragen en een proloog van Geoffrey Parker. Deze zet al enige thema's aan die door het boek heen lopen. Ten eerste dat Philips in die jaren bezeten was van de noodzaak de Franse dreiging af te wenden, wat lukte in 1557 bij St. Quentin. Ten tweede dat hij gefascineerd was door de parallel met de figuur van de bijbelse koning Salomo en de machtsoverdracht van vader op zoon. Samen met Mary werd hij op drie gebrandschilderde ramen afgebeeld.
     Zoals al duidelijk zal zijn behandelt het boek niet alleen de kunsthistorische kant van het onderwerp, maar biedt het ook veel historische achtergrond. Zo is er een artikel gewijd aan de versieringen en erepoorten bij de 'Joyeuse Entrée' van Philips II in 1549 in de Nederlanden, waarin D. Aristodemo en F. Brugman constateren dat in het Zuiden renaissance-elementen overheersten, die in het Noorden vrijwel ontbraken. Een weer afgedrukt artikel van Glyn Redworth uit de English Historical Review van 1997 behandelt de invloed van Philips II als koning in Engeland. Hij wilde het land niet in het Habsburgse rijk integreren maar wel gebruiken in de strijd tegen Frankrijk. Estrella Cavero Saiz behandelt van Spaanse zijde de opvolging van Philips na de abdicatie van zijn vader. K. Goudriaan analyseert de politieke houding van de Goudse regering, die hij niet particularistisch wil noemen. C. Ridderikhoff en Lucy Schlüter kijken naar het Goudse humanisme: naast Erasmus en Willem Hermans komt van alles achter elkaar aan de orde tot en met het feit dat Philips II een hondje had met de naam Salomo, dat misschien op het raam is afgebeeld. De brand van de kerk en de herbouw komen elders aan bod (B. van den Berg) evenals de muziek die gespeeld werd (M. Biermans). M. Gout gaat op boeiende wijze in op de vraag in hoeverre de getallensymboliek van de bouwverhoudingen in de Franse kathedralen ook bij de bouw van de Sint Janskerk een rol speelde: eigenlijk niet zoveel, wél in Den Bosch.
     Het tweede deel van het boek is gewijd aan het raam zelf. Jan Van Damme laat zien dat het geven van opdrachten (en betalen) voor kerkramen een oude Habsburgse traditie was. De koning werd dan discreet benaderd door een hoge functionaris met contacten in de plaats zelf, die dààr weer was benaderd. Het lijkt vrijwel zeker dat deze rol werd vervuld door Viglius, die zeer waarschijnlijk ook de onderwerpen 'De inwijding van de tempel van Salomo' en 'Het laatste avondmaal' suggereerde. Wim de Groot werkt dat uit in twee artikelen over Viglius' activiteiten tijdens de beeldenstorm en de Habsburgse patronage en geeft een lijst van alle door de Habsburgers geschonken glazen. Bovendien geeft hij een verklaring waarom dit koninklijke raam in 1566 bewaard is gebleven. Juan Rafael de la Cuadra Blanco behandelt uitgebreid de fascinatie van Philips II met het koningschap van Salomo in het Escorial en Nederland en K. Smelik geeft een ontnuchterend, knap overzicht van wat we historisch nu echt weten van Salomo. Volgt een nogal speculatief antropologische verhandeling van R. Zorach wat ritueel en offer op het raam betekenen. Verder zijn er artikelen over de geschiedenis van de uitbeelding van 'Het laatste avondmaal', de heraldische aspecten van de afbeeldingen van het knielende vorstenpaar aan de voet van het raam, de praktijk van het tot stand komen van gebrandschilderde ramen in de zestiende eeuw, de vraag of de opdracht voor Crabeth prestigieus was en een overzicht van de (bijna) rampen die het raam overkwamen met de restauratiegeschiedenis (het laatste van H. den Dolder-de Wit). Dat naast veel afgedrukte documenten met vertalingen. Een volledigheid van onderwerpen die dit boek tot een waardevol bezit maken.

E.O.G. HAITSMA MULIER
Hoogleraar Nieuwe Geschiedenis, Universiteit van Amsterdam


WIM DE GROOT et al. (ed.), THE SEVENTH WINDOW. THE KING'S WINDOW DONATED BY PHILIP II AND MARY TUDOR TO SINT JANSKERK IN GOUDA, NL-Hilversum 2005. 304 blz.. Bij het boek verschijnt een cd met gedetailleerde afbeeldingen van het koningsglas en carton (aan te raden). Boek (€ 40.00) en Cd (€ 10.00), ISBN 90 6550 822 8, zijn te bestellen bij Uitgeverij Verloren of de erkende boekhandel in uw woonplaats.