home | i heard the news today | accidents will happen | things we said today | the seventh window | the unnamable | diaspora | paper conservation | painting exhibitions | curriculum vitae | contact

VAN ORGELZOLDER TOT PRADO


In de schijnwerpers van de wereld


In 1992 ontwaarde ik op de boekenafdeling van de Madrileense El Corte Inglés het recent verschenen Felipe II, mecenas de las artes van de kunsthistoricus Fernando Checa Cremades. Nieuwsgierig bladerde ik door het boek om te zien of het Goudse Koningsglas, in 1557 geschonken door Filips II en Mary Tudor aan de Sint Janskerk, werd vermeld. Echter tot mijn verbazing moest ik constateren, dat het raam onbesproken bleef. Ik nam mij voor, zodra ik weer in Spanje was, Fernando Checa persoonlijk te ontmoeten om hem te wijzen op zijn omissie. Deze kans deed zich voor in juni 1997.

Mariska werkt als adviseur bij Ecabo, het landelijk orgaan beroepsonderwijs voor economische- en administratieve beroepen. In het kader van een Europees programma om vernieuwingen in het beroepsonderwijs te onderzoeken, te stimuleren en projecten aan elkaar bekend te maken, nam zij deel aan een programma in Madrid. Na afloop hadden we de mogelijkheid om samen een week vakantie hieraan vast te knopen.
Vanuit Nederland verrichtte ik het nodige voorwerk om via uitgeverij Nerea met Fernando Checa in contact te komen, liet er ettelijke telefoontjes en faxen overheen gaan, maar het bleek heel ingewikkeld te zijn. Uiteindelijk kreeg ik zijn secretaresse te pakken, die me meedeelde, dat de schrijver die week slechts één dag in Madrid zou zijn. Wanneer dat was, wist ze niet precies en raadde me aan om op maandagmorgen zo vroeg mogelijk nog eens te bellen.
Zondagavond, 1 juni, kwam ik per trein in Madrid aan. Het eerste wat ik deed, was, de wekker op half acht zetten, ik sloot mijn ogen, telde tot drie, en ring, daar rattelde de bel alweer. En ja, ik kreeg Fernando Checa persoonlijk aan de lijn. De afspraak werd gemaakt, dat ik me 's middags om vier uur bij de portier van de Puerto de Goya, de westelijke ingang van het Museo del Prado, moest melden. Ik was er al die tijd van uitgegaan, dat ik te doen had met een wetenschappelijk schrijver, die onderzoekswerk verrichtte op het museum. Toen ik me echter bij de portier meldde en vertelde voor wie ik kwam, zei hij, dat 'El Director' er nog niet was, of ik wilde wachten. Voor het eerst begon het te dagen, dat die wetenschappelijke schrijver de nieuwe directeur van het Prado was! [1]
Ik werd door het lege Prado gevoerd, want ook in Spanje zijn de musea op maandag gesloten, en voor ik het wist bevond ik mij in el director's kamer. Voor me zag ik stapels en stapels boeken. Uit één toren stak een halve sigaret, die een halve slag was gedraaid en al balancerend om het evenwicht te bewaren op mij afkwam. 'Fernando Checa, Qué tal?' Was dit de bedoeling? Gewoon maar doen of er niets aan de hand is.
Tijdens een geanimeerd gesprek van een uur in half Spaans, half Frans, maar uiteindelijk Engels, spreidde ik delen van de documentatie over de tafel uit, die ik tijdens de restauratie van het carton van het Koningsglas had samengesteld. De directeur was buitengewoon gefascineerd. Hij kende het Koningsglas niet, laat staan het carton. Het lijstje met de vragen, die ik op hem afvuurde, ligt naast me: 'Hoe ging het mecenaat van Filips II in zijn werk? Is er iets bekend over, hoe deze belangrijke glasschenking aan Gouda tot stand kwam? Was het een erekwestie of werd er door de koning voor betaald? Werd de schenking centraal vanuit Brussel geregeld? Was er een speciaal bureau, dat bijvoorbeeld de portretten van Filips II en Mary Tudor stuurde naar de uitvoerend kunstenaar? Heeft de koning in 1549 Gouda bezocht tijdens zijn 'Blijde Inkomste' door de Noordelijke Nederlanden. Halverwege dit spervuur van vragen, teveel om op te noemen, werd het gesprek door de secretaresse abrupt afgebroken. Er stonden inmiddels 12 wachtenden in de gang, die af en toe en één voor één, hun hoofden voor de glazen zijwand lieten zien. Ik liet wat foto's achter en vond Mariska terug op een stenen bank voor het Prado. 'Waar bleef je toch?'

De Brief

Drie weken later werd er een aangetekende brief uit Spanje bezorgd

Dr. F. Checa Cremades
Director del Museo del Prado
Comisario de la exposición
Paseo del Recoletos, 16-6°
28001 Madrid
España

Fernando Checa Cremades

Madrid, 25th of June 1997

Dear Mr. de Groot,

As you already know, all along the next year, different cultural events will take place in Spain to commemorate Philip II fourth centennial. We are preparing the exhibition Felipe II. Un príncipe del Renacimiento for the next year and we should like to include the original cartoon for the stained-glass King's Window of Saint John's Church in Gouda (Holland), and which you did restore. Therefore, we shall be grateful if you could provide us with the name and address of the person, whom we must contact to ask for the loan of this interesting work.

Thanking you in advance for your kind co-operation.

Yours sincerely,
Dr. Fernando Checa Cremades


Ik was perplex. Hier was de kans om de grootheid van de kunstenaar Dirck Crabeth in de volle aandacht en op wereldniveau te brengen. Al die jaren, die ik zo vol ijver, maar in volstrekt isolement in de bouwkeet op de sombere orgelzolder had doorgebracht, schenen opeens niet voor niets te zijn geweest.
Zelf had ik een heel intieme band met Dirck Crabeth ontwikkeld; wat wil je, het was tot nu toe zes jaar lang hij, ik en mijzelf geweest. Er kwam wel eens iemand langs, bijvoorbeeld een koolmees, die 's winters opgesloten was geraakt in de kerk en die ik met wat bijvoeding in leven probeerde te houden. Maar verder had ik me de laatste tijd steeds meer gevoeld alsof ik onderdeel van het kerkmeubilair was geworden. Ik kreeg zelfs nachtmerries, dat ik op een dag zou worden gevonden en men zou zeggen, 'Ja, die ken ik nog wel. Dat hij al die tijd hier heeft gelegen.' Ik had me dit, toen ik aan de restauratie van de cartons begon, zo heel anders voorgesteld. Maar nu stond me een hele hoop werk te wachten, waar ik me al oriënterend wegwijs in zou moeten maken.

Eenzame jaren op de orgelzolder van de Sint-Janskerk te Gouda.

De weg naar Spanje

In 1557 schenkt Filips II het Koningsglas aan de Sint-Janskerk. Daarna is het vierenhalve eeuw stil. En dan, in 1998, wordt er zonder tussentijdse geschiedenis, in een keer een sprong van 440 jaar gemaakt naar Madrid, het hart van Spanje. In de gehele geschiedenis van de Sint-Janskerk is er nog nooit een carton zo ver van huis geweest. Wat kwam er allemaal bij kijken om zo'n eersteling te begeleiden.

Toestemming tot uitleen

In de eerste plaats moest er natuurlijk toestemming worden gevraagd aan het College van Kerkvoogden van de Hervormde Gemeente van Gouda. Tot mijn grote vreugde was men het vrij snel over de uitleen eens. Wel vond de kerkvoogdij, dat er op moest worden toegezien, dat we ons goed moesten indekken en op alles moesten zijn voorbereid. Men dacht hierbij aan eventuele calamiteiten; het zou bijv. maar gebeuren dat het transportvliegtuig zou neerstorten. Raadzaam werd geacht, dat Filips II en Mary Tudor de vliegreis naar Spanje gescheiden, zoals het een 'papieren' koninklijk paar betaamt, zouden afleggen.
Verder werd er voor gezorgd, dat fotograaf Tom Haartsen goed dia-materiaal zou schieten, zodat er in geval van nood van het carton een 1:1 facsimile gemaakt zou kunnen worden.[2] Toch moet je er niet aan denken. Vervolgens moest er door het Ministerie van OC & W toestemming aan het College van Kerkvoogden worden verleend om de werktekening aan het Museo del Prado in bruikleen te geven, omdat de cartons op de lijst staan van de Wet Behoud Cultuurbezit (WBC 195).[3] Op 20 november 1997 ontving het College een brief van G.C. Lodder, directeur Cultureel Erfgoed, die namens staatssecretaris A. Nuis, haar fiat gaf.

Bruikleencontract

In het archief van de Sint-Janskerk zocht de archivaris, Henny van Dolder-de Wit, de A-viertjes van vorige bruiklenen bij elkaar. Van de diverse inhouden maakte ik één geheel. Maar omdat het bruikleencontract voor het gewichtige Prado een veel professioneler voorkomen moest hebben, ben ik te rade gegaan bij Peter Schatborn, directeur van het Rijksprentenkabinet van het Rijksmuseum. Hij toonde me het contract, dat zij bij uitleen gebruiken, en aardig was, dat ik het document als uitgangspunt voor de situatie van de Sint-Janskerk mocht nemen. Dit was zo'n beetje het halve werk. Wel heb ik het in grote lijnen aangepast aan de typische status van de Goudse cartons. Met medewerking van het Ministerie van OC & W, Boymans-van Beuningen Rotterdam, Stedelijk Museum Amsterdam, Kröller-Müller Otterloo, en verder de Stichting Beeldrecht, Heerkens Thijssen & Caviet en Gerlach Art Packers & Shippers ben ik er na maanden in geslaagd een bruikleencontract op te stellen, waarbij een notaris zijn vingers zou aflikken.

Taxatie en verzekering

Om het carton te verzekeren tegen brand, diefstal en schade tijdens het vervoer moest het eerst worden getaxeerd. Moeilijk was om met de vraag om te gaan hoe dit moest worden gedaan. Zoals ik heb gemeld was bij restauratie gebleken dat het carton zwaar was beschadigd en bovendien desastreus veranderd. Slechts 25% van het uit dertig stroken bestaande carton had de tijd goed doorstaan. Maar wat naar Spanje ging waren wel weer de best bewaarde en belangrijkste vier stroken met daarop getekend de portretten van de schenkers, Filips II en Mary Tudor.
Verder heeft het carton een historische waarde gezien vanuit de geschiedenis van de Hollandse Opstand en het ontstaan van de Republiek in de 16de eeuw. Anderzijds bezit het carton een hoge artistieke kwaliteit, omdat Dirck Crabeth een groot kunstenaar was. Kortom, het carton is geen curiosum overgebleven uit de tijd met slechts een anekdotische waarde, zoals bijv. de haarspeld van Jacoba van Beieren.
In Johan Bosch van Rosenthal van het veilinghuis Christie's te Amsterdam, vond ik de expert van 16-de eeuwse tekeningen die de ingewikkelde vraagstelling voor mij oploste. Het bedrag van taxatie waar hij bij uitkwam staat nu voor de vier uit te lenen stroken, maar in relatie tot de waarde van het gehele carton. Op basis van het taxatie-rapport van Christie's kon de firma Heerkens Thijssen & Caviet, specialisten op het gebied van internationale kunstuitleen, de verzekering opmaken. Het bruikleen was nu gedekt zoals dat heet van 'spijker tot spijker'.
Tot slot verplichtte het Museo de Prado zich door de ondertekening van het bruikleencontract om als een 'goede huisvader' voor het bruikleen te zorgen. In het meegezonden facility-rapport stond het museum garant dat er bijvoorbeeld geen cola op de zaal zou worden gedronken en dat er een 24-uurs bewaking zou zijn. De reis kon beginnen.

Titel  
De inwijding van de tempel van koning Salomo/Het Laatste Avondmaal.
Schenkers 
Filips II, koning van Spanje, heer der Nederlanden enz., en Mary Tudor, koningin van Engeland.
Kunstenaar      
Dirck Crabeth (ca. 1500 - 1574).
Techniek  
Zwart krijt over een ondertekening in loodstift.
Inv. nr.    
A2, 601 x 71.7 cm; A3, 430,6 x 70,7 cm; B2, 604 x 72,7 cm en B3, 430,8 x 71,3 cm van het carton van glas 7.                                   
Verzekerde waarde
NLG 1 700 000 ZEGGE: (EENMILJOENZEVENHONDERDDUIZEND GULDEN)



7A2, 601 x 71.7 cm
(Mary Tudor)
7B2, 604 x 72,7 cm
(Filips II)
7A3, 430,6 x 70,7 cm
7B3, 430,8 x 71,3 cm

Transport

De kerkvoogdij stelt een koerier aan die het bruikleen gedurende het gehele traject zal gaan begeleiden. Hij is degene die er in de Sint-Janskerk op toeziet, hoe de vier stroken van het carton door de firma Gerlach, transporteur van kunst en aangesteld door het Prado, worden verpakt in de speciaal daarvoor gemaakte bekistingen en hoe deze worden afgesloten en verzegeld. De koerier reist vervolgens mee met de transporteur naar de luchthaven Schiphol en vandaar wordt de sprong gewaagd naar het Madrileense vliegveld Barajas. Daar staat de Spaanse partner van Gerlach, SIT Transportes Internationales (o.a. bekend van het transport van Picasso's Guernica van New York naar Madrid) klaar en wordt gekoerst richting het Museo del Prado. Samen met een official van het museum wordt de bekisting geopend en gecontroleerd of het carton de reis goed heeft doorstaan. De reisbegeleidingspapieren worden overlegd en ondertekend en met de begeleider wordt het per diem bedrag voor drie dagen en twee nachten hotel afgerekend volgens de internationaal overeengekomen normen voor de musea.
Op een dag werd ik opgebeld door Gerlach, 'We hebben een vliegticket over. Wat moeten we ermee doen?' De oorzaak was snel duidelijk. Zoals ik heb beschreven was het de bedoeling dat een koerier het carton van Sint-Janskerk tot Prado 'van spijker tot spijker' zou gaan begeleiden. Het lag in de lijn der verwachtingen dat ik dit zou gaan doen en het vervoer en de installatie van het carton in de tentoonstellingszaal zou combineren. Twee vliegen in één klap. Maar waaraan niet was gedacht, is dat ik met geen stok in een vliegtuig ben te krijgen en lijd aan het Dennis Bergkamp-syndroom. Voor de installatie van het carton in de tentoonstellingszaal van het Prado was er voor mij dus een treinticket besteld. Aan Gerlach heb ik toen voorgesteld om de vliegticket voor de heer G.H. van Nieuwpoort, voorzitter van het College van kerkvoogden, te reserveren. Hoe dit verder afliep, daarover later.

Aankomst in Madrid

Na de inmiddels mij bekende, eindeloos lange treintocht door half Europa kwam ik op 7 oktober aan in Madrid. Mariska was al in verband met haar werk een week eerder gearriveerd. Voor drie dagen was voor ons een onderkomen geregeld in Hotel Regina in de Calle Acalá, dat op 20 minuten lopen lag van het Prado. Na ons te hebben aangemeld bij de bewaking, werden we ontvangen door Belén Bartolomé Francia, technisch coördinator van de tentoonstelling, en Eugénia María Sicilia, papierrestaurator van het Prado. Zij zou ons de komende tijd assisteren.
Rond om ons heen was het een drukte van belang en we begrepen dat we op dat moment niet veel konden doen. Gelukkig werd ons onmiddellijk getoond dat de twee houten bekistingen van Gerlach veilig waren aangekomen.

Aankomst van het carton van het Koningsglas bij het Prado.
Het openen van de kisten waarin de 4 stroken zijn vervoerd.

Er werd afgesproken, dat ik de volgende dag om half tien zou verschijnen en dat we dan aan de slag zouden gaan. De werklieden zouden er dan ook zijn en die hadden we wel nodig, want hoe het allemaal tot stand moest gaan komen, het zou nog een hele operatie worden. Want wat we voor ons zagen, was een wand van ± 11.5 meter, die was opgericht van de begane grond tot aan het plafond van de bovenste verdieping van het Prado. Dit was ook een beetje mijn eigen schuld, als je hier over schuld kunt spreken. Checa had in zijn brief geschreven dat hij alleen de strook waar Filips II op is afgebeeld, wilde exposeren. Ik heb hem toen voorgesteld om uit te gaan van het gehele carton en daarmee de relatie met het monumentale Koningsglas intact te laten. Wat slechts beperkt is de afstand tussen de vloer en het plafond en natuurlijk in hoeverre de fragiliteit van het papier het toelaat welke stroken van het carton geëxposeerd kunnen worden. Deze belerende les was niet tegen dovemans oren gezegd. Ja, het Goudse carton zou letterlijk de Filips-tentoonstelling gaan overstralen. Onze ogen gingen van beneden naar boven en van boven naar beneden. We duizelden.

Aan de slag in het Prado

Vanuit Nederland had ik om een rustige werkruimte gevraagd met daarin vier lange werktafels met lengtes van 7 meter. De tafels waren essentieel. Hierop zouden de panelen komen te liggen, waarop ik de stroken van het carton zou gaan monteren. De vier panelen zouden op hun beurt als 'stukjes' van een wel heel simpele puzzel worden gehangen in het lijstwerk, dat op zijn beurt weer was vastgeschroefd op de steile wand van elf-en-halve meter. En zo zou in papier het Filips & Mary-gedeelte uit het Koningsglas in het Museo del Prado worden gereconstrueerd.
Wat ik als plaats kreeg toegewezen was een zaal met haaks daarop een corridor; een ruimte in de ruimte waar de tentoonstelling zou worden gehouden. Titiaan's Ecce Homo en la Dolorosa waren er alvast opgehangen. De twee schilderijen waren in opdracht van Karel V geschilderd en hadden in zijn slaapkamer in het hiëronymieten-klooster Yuste de San Jerónimo, waar hij zich na de abdicatie van 1555 in eenzaamheid had terug getrokken, gesierd. Oppassen om er niets doorheen te steken.

Titiaan, 'Ecce Homo', 1547.
Titiaan, 'Dolorosa', 1554.

Het tafel-idee hadden de timmerlieden van het Prado simpelweg opgelost met schragen en een partij spaanplaat. De vier panelen met lengtes van zes en vier en halve meter werden samengesteld uit hardboard en losse latten. Om enige stevigheid en body aan de zwieberende gehelen te geven, spijkerden ze de platen rondom vast op een langslopend raamwerk. De encadreur van het museum plakte een laag zuurvrij karton van 1600 grs op het hardboard. Dit zou als buffer bescherming bieden tegen de gevaarlijke gassen van dit materiaal. Op het karton (met een k) werd door mij een strook van het carton (met een c) bevestigd. Daarover heen bracht de encadreur het enorme en uit vele losse delen bestaande passe-partout rondom aan. En op het passe-partout werd de ruit van perspex gelegd.
Het geheel zag er onbetrouwbaar uit. Het vertillen en verplaatsen van de zwabberende panelen zou problemen gaan opleveren. Zeker als men bedenkt dat ze van horizontaal, op de tafel, naar vertikaal, tegen de hoge wand aangebracht moesten worden. Het was niet ondenkbaar dat een van de panelen tijdens het vervoer in tweeën zou kunnen breken. Dit was een onaanvaardbaar risico. Daarom stelde ik voorzichtig voor om een extra zware balk als versteviging onder de panelen aan te brengen. En, zou het misschien geen goed idee zijn om een latje van 1.5 centimeter als verhoging in het profiel van de lijst aan te brengen. Hiermee zou mijn angst worden weggenomen dat de perspex op het origineel zou kunnen gaan drukken. Door mijn stoomcursus 'praktisch Spaans voor op de werkvloer' begreep ik dat dit bij de timmerlieden veel sacherijn veroorzaakte; het coño was niet van de lucht. Want, zei men, door de extra verzwaring zouden de panelen te breed worden en niet meer passen in het lijstwerk en lelijk uit gaan steken.
Uiteindelijk hebben we gezamenlijk alles opgelost. Er groeide een bijzondere sfeer van samenhorigheid, die altijd ontstaat tijdens de opbouw van een tentoonstelling. We werkten dag en nacht en in het weekend door. 's Nachts gingen we uit eten. Onder luid gejuich van 'Arriba o abajo!!!!!' werden de panelen met vereende mankracht één voor één in het lijstwerk gehesen, gezet, geplaatst, getild.
Er is kritiek geweest, dat, ondanks zijn afmeting, het Filips-carton uit Gouda op de tentoonstelling moeilijk was te vinden en dat het in een dode hoek van het museum hing. Inderdaad was het voor het publiek even zoeken. De reden hiervoor waren de strikte eisen die aan het Prado voor het exposeren van het carton zijn gesteld. Het trappenhuis was de enige plek die aan deze voorwaarden kon voldoen. Het carton werd hier niet blootgesteld aan direct daglicht en men kon er de hele lengte maken. Een leuke bijkomstigheid was, dat je de wenteltrap kon nemen van beneden naar boven of omgekeerd en dat je zo, al wandelend, in een spiraal het hele carton tot in detail kon bestuderen.

Diego Velazques, 'Las Meninas'.

Wat ik nooit zal vergeten is, dat als ik er even genoeg van had en een beetje tot mezelf wilde komen, ik dan de wenteltrap op liep tot aan de tweede verdieping. Door slechts een deur door te gaan kwam ik in de enorme centrale hal van het museum. En daar stond ik dan alleen, in de intimiteit van de nacht, oog in oog met Las Meninas van Diego Velázquez. Misschien wel het mooiste schilderij dat ooit is geschilderd.

Hoog bezoek

Op een avond was ik aan het werk in mijn prachtige werkomgeving, toen opeens Fernando Checa Cremades in een stemmig donkergrijs kostuum om de hoek kwam flitsen. Ik herkende de directeur eerst niet, maar het moest hem wel zijn, want in zijn kielzog werd hij gevolgd door een groep pages, die bij alles wat hij zei instemmend knikten en als hij lachte opvallend hard mee lachten. Bij de vorige ontmoeting had hij eruit gezien als een boekengeleerde die de indruk wekte alleen buiten te komen om brood te halen. De transformatie was opmerkelijk. Checa kwam net uit bad, althans zo leek het, want zijn huid glom als een spiegel. Hij was opmerkelijk goed geschoren en zijn haar was in een babykrul gerold. Ik seinde naar Eugénia, mijn collega in het Prado, en vroeg onhoorbaar, 'checa?'. Zij knikte bevestigend. Ik probeerde zijn aandacht te trekken en wees naar de tafel, 'Cartone!' Hij volgde mijn vinger. 'Si, carton.' Een lege blik voer langs me heen. Stond er iemand achter me? Ik draaide me om en moest onwillekeurig denken aan de koolmees op de orgelzolder. Zou hij nog in leven zijn? Toen mijn ogen Checa weer zochten, zag ik zijn schoen net om de hoek verdwijnen.

'Laat me een schilderij zien en ik zal zeggen in welke tijd het is gerestaureerd.'

Vlak voor de opening wordt plotseling en in gewijde stilte De Tuin der Lusten van Hiëronymus Bosch naar binnen gedragen. Dit is waarschijnlijk het laatste werk van Bosch (†1516): apotheose en sluitpost van het Middeleeuwse denken en één van de topwerken van de Westeuropese schilderkunst.
Men heeft tot het allerlaatste moment gewacht. De restauratie was een race tegen de klok, maar is uiteindelijk gelukt. Nou ja, alleen het middenpaneel. Bij de lucht is men blijven steken en moet na de tentoonstelling worden afgemaakt. En de linker- en rechter zijpanelen krijgen we helemaal niet te zien. Deze heeft men op het restauratie-atelier achtergelaten.

Uitnodiging

Zoals ik hierboven heb beschreven, heb ik ervoor geijverd om de extra vliegticket van Gerlach voor de heer G.H. van Nieuwpoort te reserveren. Hij zou dan op de feestelijke opening van de tentoonstelling Felipe II. Un príncipe del Renacimiento, die door koning Juan Carlos en koningin Sofia zou worden verricht, aanwezig kunnen zijn.
Op het allerlaatste moment kreeg ik vanuit Madrid bericht, dat de Sociedad Estatal, de organiserende partij, hiermee niet akkoord ging. De ticket werd geannuleerd. Ik zat nu met de kater dat er niemand van de Hervormde Gemeente van Gouda op deze historische dag voor de Sint Janskerk aanwezig zou zijn. Via het Internet heb ik er van alles aangedaan om op het laatste moment de zaak recht te zetten. En ik nam me tevens voor om ook voor Hennie van Dolder-de Wit een uitnodiging aan te vragen. Zij stond op de valreep van haar 20-jarige jubileum als archivaris van de Sint Janskerk dat zij al die jaren met hart en ziel en groot enthousiasme heeft uitgevoerd. Dus wie moest er meer aanwezig zijn in Madrid dan zij.
Op woensdag, 30 september 1998 om kwart voor twaalf ontving ik de volgende e-mail, 'Hiermee bevestig ik dat de voorzitter zal worden uitgenodigd indien hij bevestigt deze te wil bijwonen. De uitnodiging houdt geen reis- en verblijfkosten in. Over de uitnodiging aan de archivaris zal worden beslist door de coördinator, Belén Bartolomé en de commissaris dr. Checa'.[4] Om 10 voor half zes kwam het bericht van Juan Salgado, adjunct-voorzitter van de Sociedad Estatal. Hij kon met genoegen meedelen, dat mevrouw H.A. van Dolder-de Wit was geplaatst op de verzendlijst van genodigden voor de inauguratie en dat voor haar een uitzondering was gemaakt.[5]

Persontbijt

De internationale pers wordt dinsdagmorgen 13 oktober ontvangen in de ambiance van het peperdure Palace Hotel, dat gelegen is schuin tegenover het Prado. In de luxueuze ontvangstruimte staan overal grote ronde tafels, waar men met zijn vijftienen tegelijk kan aanschuiven. De tafels zijn overvloedig gedekt zoals je alleen in films ziet, maar net zoals op het witte doek wordt er niet van gegeten. Niet omdat alles van bordkarton en bewerkt piep schuim is, maar omdat je ontbijt inhalen 'not-done' is.
Aan het hoofdeinde van de zaal is een lange tafel opgesteld, waarachter de staf van de Sociedad Estatal als bij een forum plaats neemt. In het midden staat plotseling Fernando Checa Cremades op en hij houdt een lang betoog, waarvan niet is duidelijk waar het allemaal precies over gaat, omdat hij nogal binnensmonds spreekt. Zoveel is zeker dat halverwege de naam Gouda valt. Ook de de slotzin, die de teneur van de tentoonstelling op niet misteverstane wijze benadrukt, 'Verloor Filips II de propaganda-oorlog op het gebied van het geschreven woord, maar in de wereld van de kunsten herwon hij zijn aanzien terug', komt helder door, terwijl hij met de slag van zijn vuist driftig zijn woorden kracht bijzet.

Filips II. Een prins van de Renaissance

De titel van de tentoonstelling luidt 'Filips II. Een prins van de Renaissance'. Als je de catalogus doorbladert, treft het je dat het grootste deel van zijn verzameling door vererving van o.a. Karel V en Maria van Hongarije of door naasting in zijn bezit is gekomen. De weekend-bijlage van El País van 11 oktober geeft daar een mooi staaltje van. Allereerst wordt, heel eervol, Dirck Crabeth's afbeelding van Filips II in het zonnetje gezet.
De catalogustekst van de tentoonstelling wordt als bijschrift gebruikt. Daarin wordt dit portret omschreven als de belangrijkste representatie van Filips II als koning van Engeland. Het carton van het Koningsglas is meteen ook het enige van de in kleur afgebeelde kunstwerken dat direct door Filips II in zijn functie van mecenas is geschonken aan de Sint Janskerk. Het carton bevindt zich in goed gezelschap. Want vervolgens zien we de Kruisafname van Rogier van der Weyden (1435). Dit schitterende altaarstuk werd door Maria van Hongarije gekocht van de Notre Dame des Victoires in Leuven. Het wordt geërfd door Filips II. De al eerder genoemde Tuin der Lusten van Hiëronymus Bosch (1517) komt uit het bezit van Willem van Oranje en werd in 1568 in zijn paleis te Brussel geconfisqueerd door de Spanjaarden. Na een omzwerving door Spanje komt het in 1593 voor op de inventarislijst van Filips II in El Escorial.[6]
En tot slot het portret van kardinaal Fernando Niño de Guevara van El Greco. De Griek komt helemaal uit Italië, omdat hij bij gerucht heeft vernomen dat er veel werk valt te doen in Spanje in verband met de bouw van El Escorial. Hij levert een ontwerp in. Filips II is niet gecharmeerd van zijn stijl. En El Greco trekt zich voorgoed terug in Toledo en heeft dus nooit voor de koning gewerkt.
Om geen verkeerde voorstelling van zaken te geven. Filips II heeft zeker heel belangrijke opdrachten aan Titiaan, de huisschilder van de Habsburgers, gegeven. De late schilderijen, met name de mythologische schilderijen of poesia zoals Titiaan ze zelf noemde zijn indrukwekkend. Denk bijvoorbeeld aan Danae (1554), Diana en Actaeon (1559) en de Roof van Europa (1562). Ook zijn verdienstelijk de portretten van de Utrechtse schilder Antonius Mor van Dashorst (Moro). Hij was korte tijd bij Filips II in dienst. De band die tussen hen bestond was heel anders van karakter dan die tussen Karel V en Titiaan. Want, raapte Karel V eens de penseel van Titiaan op toen hij hem liet vallen, als we Pietro Aretino mogen geloven, zo moest Moro het hazepad kiezen toen hij in een baldadige bui te vrijmoedig werd met de koning.
Toen Filips II om wat voor reden de kunstenaar op de schouders klopte, beantwoordde Moro dit gebaar door zijn schildersstok bij wijze van grap op de schouder van de koning te leggen. Dit was een bedenkelijke onverkwikkelijkheid aan het Spaanse hof en werd niet getolereerd. 'Het is heel gevaarlijk om de leeuw aan te raken!' Een Spaanse grande tipte Moro om er zo snel mogelijk van door te gaan. De schilder verzon een reden voor verlof en keerde, ondanks herhaald verzoek van Filips II, nooit meer wederom naar Spanje.[7]

'it's a family affair . . . '

Het begeleidend persbericht over het Filips-carton werd door mij in Nederland opgesteld en enthousiast geredigeerd door de heer G.H. Vergouw, Mariska's vader. Andrea Gasten vertaalde het in het Engels en Salvator Moreno in het Spaans. Het bericht mist zijn uitwerking niet.
Natuurlijk staan we bij de ingang van de perszaal van het Palace Hotel en delen de informatie uit aan iedereen die voorbij komt. Maar, helaas zijn we snel door onze stapels heen. Wat schetst onze verbazing. Door het persoonlijk interveniëren van Manuel Casanueva van de leiding van de Sociedad Estatal worden we uit onze nood geholpen. Hij biedt aan om onze snel geslonken voorraad aan te vullen met kopieën gemaakt op het fotokopieerapparaat van de Sociedad. Manuel vraagt ons ook of we het persbericht na afloop van de bijeenkomst zouden willen uitdelen aan de genodigden aan de tafels. Hiermee wordt het 'officieel' gebombardeerd tot nieuwsbrief van de Sociedad Estatal. Een hele eer.
Vanuit Nederland heb ik de Spaanse correspondenten, Cees Zoon van de Volkskrant en Steven Adolf van het NRC, op de hoogte gebracht van wat zal gaan komen in Madrid. Zij zijn dan ook die 13de oktober in het Prado aanwezig. Maar waar we niet aan hebben gedacht is, dat er ook foto's bij de kranteartikelen geplaatst gaan worden. Zonder de hulp van Anna, Mariska's zus, zal dit niet lukken. Zij regelt alles op het laatste nippertje vanuit de 'centrale' in onze kamer van Hotel Regina. Verbindingen worden gelegd tussen de NRC-mobiel van Adolf in het Prado, de fotograaf Haartsen in Ouderkerk en Julietta dos Santos, onze huishoudelijke hulp en enige bezitter van de sleutels van mijn appartement. Zij haalt de foto's en negatieven uit 'die-en-die' la en geeft ze mee aan de koerier van de krant.

Officiële opening

's Middags om vier uur wordt de officiële opening verricht door koning Juan Carlos en koningin Sofia. Henny van Dolder is de enige officiële vertegenwoordiger van de Hervormde Gemeente van Gouda. Tot mijn stomme verbazing blijkt dat ik niet ben uitgenodigd voor de opening (hier kraait mijn koolmeesje voor de derde en laatste maal in mijn artikel). Om niets te missen van wat ik in gang heb gezet, loop ik, net alsof er niets aan de hand is, achter Henny aan, richting de hoofdingang van het Prado. Het kost geen enkele moeite om binnen te komen. Gedurende een half uur staan we met zijn allen saai te wachten in de ontvangsthal. Het enige wat de aandacht trekt is de zegelring van de bisschop van Madrid, die veelvuldig wordt gekust door binnenkomende dames. Zij gaan daarvoor even door de knieën.
Plots horen we gierende remmen en veel geslaan met autodeuren. Daar zijn ze, het koninklijk paar. Koningin Sofia draagt een heel charmant mantelpakje van donkergrijs crêpe chiffon ... Zijne koninklijke hoogheden gaan ons voor en blijven telkens een minuutje of vijf in iedere zaal hangen. Als het paar naar de volgende zaal verkast, volgt de groep genodigden gedwee. Na deze ommegang staan we na anderhalf uur weer buiten.

Dirck Crabeth in het zonnetje (deel 1)

Er hangt al een tijdje het gerucht in de lucht, dat de leiding van het Prado iets wil doen met de Filips II van Dirck Crabeth. Echter door onze gebrekkige kennis van het Spaans krijgen we eerst het idee, dat zijn portret zal worden afgebeeld op een stropdas of weer later op een luxe, zijden sjaal. We vinden dat nogal typisch, want wie wil er nu met zoiets over straat lopen. Maar alles is tegenwoordig onderdeel van de merchandising van een tentoonstelling en misschien zal het niet eens misstaan in de toeristenshop. Bovendien het brengt geld in het laatje van de Sint Janskerk. Het hele project heeft tot nu toe toch meer gekost, dan het heeft opgebracht. Dus vooruit maar.
Na afloop van de opening lopen we langs het Prado richting hotel. Het is er een drukte van belang. Technici van het NOS-Journaal zijn bezig hun spullen uit te laden. Een groep werklieden van het Prado doen druk en klimmen op ladders omhoog tegen de pilaren van de Puerto de Velázquez, de hoofdingang, om er twee metershoge banderollen op te hangen. Zij zullen gaan dienen als blikvangers voor de tentoonstelling. Maar zien we het goed ....? Op deze banderollen is Filips II van Gouda in tweevoud (één in spiegelbeeld) afgebeeld. Dat de voelbare spanning zich uiteindelijk zal concretiseren in deze twee magistrale banderollen, dat gaat ons bevattingsvermogen even te boven. Het is al een hele eer, dat het carton in het Prado wordt tentoongesteld, maar dat de tekening zó het hof wordt gemaakt. Waar zijn Teun en Henny van Dolder? 'De andere kant op gelopen'. Na drie zebra's te zijn overgestoken zie ik ze eindelijk lopen. 'Kom mee!' 'Is er iets?' 'Ja, kom mee! Iets heel bijzonders.' Het laatste zeildoek wordt uitgerold. We applaudisseren.

De ingang van het Prado met tweemaal Filips II van Gouda.

Trouwens ook als we de catalogus openslaan. Als titelblad vinden we meteen als binnenkomer onze Filips II paginagroot afgebeeld. En worden er vier pagina's in fullcolour gewijd aan alle facetten van het carton.[8] En verder. Filips II komt als dia voor in de persmap, hij staat op de tentoonstellings-flyer en op de website van de Sociedad Estatal.

Donkere wolkjes

Kijk, dat je eerst door Fernando Checa wordt uitgenodigd en als noodzakelijk kwaad voor even een solistenrol mag vervullen, dat is bekend. Ook is bekend als de buit eenmaal binnen is, dat de rollen weer worden omgedraaid. Je vervalt tot lucht en Checa weet zelfs je uitgestoken hand niet meer te vinden. Je wordt teruggeplaatst in de anonimiteit van het koor.
Maar waarom, als er zo'n sier wordt gemaakt met andermans spullen, heeft de Sociedad Estatal niet de beleefdheid kunnen opbrengen om de Hervormde Gemeente van Gouda officieel op de hoogte te stellen. En waarom heeft men ook niet een aantal uitnodigingskaarten voor de inauguratie van de tentoonstelling naar het kerkelijk bureau aan de Oosthaven willen sturen, immers hun feestje was ook ons feestje. Wat is er van de beloofde donatie op het Fonds Conservatie Goudse Cartons, die Checa in zijn brief van 14 januari 1998 zo ruimhartig heeft toegezegd, terecht gekomen. We zitten er nog steeds op te wachten.[9]

Dirck Crabeth in het zonnetje (deel 2)

Robbert Bosschart loopt driftig rond in cirkels en is bezig met 'zichzelf aan het inspreken' voor het NOS-journaal. We wenken. 'Hier gaan we opnames van maken. Ik zal mijn best ervoor doen om dit op het journaal van acht uur te krijgen. Wel hangt het af van de eindredactie. Als er plotseling iets opduikt van groter politiek belang, dan verdwijnt zo'n item zo in de prullenmand.' Diezelfde dag wordt ex-dictator Pinochet van Chili in Londen gearresteerd. Spanje vraagt om uitlevering. De beelden worden een week later op het journaal van 20 oktober uitgezonden.

Pia Dijkstra en Felipe II op het Nos-journaal van 20 oktober 1998.

'What the newspapers said . . . '

Was het carton van Dirck Crabeth, vroeg ik me af, op Felipe II. Un príncipe del Renacimiento in het Museo del Prado, de enige scope op de overigens adembenemend tentoonstelling? Misschien. Wel is het zo dat op de tentoonstelling de oude, overigens voortreffelijke hap werd opgediend. Een groot deel van wat werd getoond stamt uit de vaste collectie van het museum.

Op 11 juli wordt door Luuk Kortekaas, journalist van de Goudsche Courant, het voorspel geleverd met Cartons Goudse Glazen naar Prado. Stephen Adolf van het NRC brengt op 15 oktober het nieuws in wat algemenere bewoording Werktekening Goudse glasramen in Prado. Maar de Volkskrant van 28 oktober is favoriet. Cees Zoon kopt de bal ferm in met Kopstuk van Filips-expositie komt uit Gouda. Ik lees verder, 'Zijn metershoge portret wappert in tweevoud naast de hoofdingang van het Prado-museum. Binnen vult het origineel een heel trapgat. En in de catalogus is het tot schutblad gepromoveerd om nog eens te onderstrepen wie de ster van de expositie in Madrid is: Filips van Gouda. De tekening van koning Filips II heeft meer dan vierhonderd jaar verstopt gelegen in het archief van de Hervormde Gemeente in Gouda. Voor het eerst na al die tijd is hij daaruit te voorschijn gehaald om overgebracht te worden naar Madrid. Daar heeft het werkstuk van meester Dirck Crabeth een ereplaats gekregen in de tentoonstelling over Filips als mecenas en kunstverzamelaar. Een passende keuze want bij deze mega-expostie hoort een werk van deze enorme omvang: maar liefst tien meter hoog en anderhalve meter breed is deze Filips.'[10]
De Spaanse pers geeft veel aandacht aan Gouda. In alle kranten wordt het carton besproken. Maar de weekendbijlagen van de Nationale kranten zijn het indrukwekkendst. Die van El País heb ik genoemd. In de kleurenbijlage van ABC van 11 oktober wordt Dirck Crabeth's Filips II op één pagina groot afgebeeld naast Titiaan's portret Karel V bij de slag van Mühlberg.
Tot slot is er nog de lovende Engelse recensie van Rosemarie Mulcahy in het Burlington Magazine van februari 1999, 'Philip II. One of the revelations of the exhibition was the display for the first time of four segments of the full-scale cartoon by Dirck Crabeth (completed 1557-59). The window was commissioned by Philip and his wife Mary Tudor who are represented kneeling in prayer as part of a Last Supper scene. This is the most impressive representation of Philip as King of England, commissioned at a time when there were signs of a profound religious crisis in the Low Countries.'

De Goudbloem

Tot slot wil ik nog eenmaal de aandacht vragen voor Fernando Checa Cremades. Hij heeft voor ons nog een verrassing in petto. Laten we ons in zijn gedachten meevoeren naar Gouda. Was het Koningsglas Checa niet bekend, de naam Gouda was blijkbaar toch gevonden. Want wat lezen wij in zijn inmiddels tot tweemaal toe bekroonde boek Felipe II, mecenas de las artes:[11] 'De ceremonie [van het Gulden Vlies] werd voorgezeten door Filips, en op de stellage van de compagnie uit Ter-Gouw (Gouda), in Holland, krijgt de vader-zoon relatie een bijbelse dimensie, de inscriptie luidt, 'Lang leve de koning, de gezegende Heer God van Israël, heden zittend op mijn troon, zal zoals eens de kinderen van David een lang leven zijn beschoren, indien het Hem behaagt' met twee afbeeldingen: een van de koning op de troon met zijn machtssymbolen en de ander van de koning op bed terwijl hij raad geeft aan zijn jongste zoon'.[12]
De stellage van de compagnie uit Gouda? Als referentie wordt E. Roobaert genoemd.[13] De schrijver gaat in op de festiviteiten die waren georganiseerd ter gelegenheid van het 22ste Kapittel van het Gulden Vlies, dat duurde van 19 tot 30 januari 1556 en in Antwerpen werd gehouden. Filips II is dan net drie dagen koning van Spanje en het is het eerste Kapittel dat hij voorzit. Roobaert behandelt de triomfbogen die waren opgesteld langs de route, die Filips II bij zijn Blijde Intrede zou afleggen. Zijn informatie is gebaseerd op de tekst en tekeningen die zijn te vinden in Le très admirable Triumphe de la Noble Ordre de la Thoison d'Or en Anver lan 1555 par tréshault et très illustre prince Philippes van Jacques Le Boucq.[14]
In dit manuscript vinden we het volgende kopje 'Eschauffault de la confrarye de la goude'. En verder wordt er gesproken over de rederijkerskamer De Goudbloem. Bingo.
      Het klopt helemaal. Hoe werd Gouda vroeger genoemd? Goude. En wat was de naam van de rederijkerskamer? De Goudsbloem. En de vader-en-zoon relaties David & Salomo, Karel V & Filips II die in het tableau vivant worden gelegd, hebben deze geen Salomonistische trekjes? Kunnen we daarom dit niet met een gerust hart in verband brengen met De inwijding van de tempel van koning Salomo, die in het Koningsglas zo prominent wordt afgebeeld. En profileerde Filips II zich niet overal als een tweede Salomo! Dank u, Fernando Checa Cremades, voor deze doorbraak op het gebied van de glasschenkingen. Het handelt hier natuurlijk om De Goudsbloem, rederijkerskamer uit Gouda, die als een 'levend schilderij' acte de présence te Antwerpen kwam geven om van Filips II de schenking van het Koningsglas te verwerven, waar men een jaar later aan zou beginnen.[15]
      Na een kortstondige roes ging ik over tot een meer praktische benadering. Voor alle zekerheid heb ik aan Jan Willem Klein, archivaris van het Streekarchief Hollands Midden te Gouda, gevraagd of er archiefposten bewaard zijn gebleven over de rederijkerskamer uit deze periode. Hij informeerde me dat de kosten van de rederijkers over het algemeen goed zijn gedocumenteerd, maar helaas werd er over het uitstapje naar Antwerpen niets gevonden.
      Om een heel lang verhaal kort te maken; of de copy & paste van Checa's computer waren op hol geslagen of de automatische opmaak ging zijn eigen weg, in ieder geval vond ik in zijn geciteerde tekst ruim 10 fouten im Sinne der historischen- und textuellen Korrektheit. Hieronder volgt de gecorrigeerde tekst.[16] Omdat er uiteindelijk niets waardevols in werd gevonden, laat ik de tekst onvertaald en in het Spaans achter. Saludos.[16]


Noten

1. MINISTERIO DE EDUCACION Y CULTURA: 12055 REAL DECRETO 1226/1996, de 24 de mayo, por el que se nombra Director del organismo autónomo Museo Nacional del Prado a don Fernando Checa Cremades. A propuesta de Esperanza Aguirre y Gil de Biedma, la Ministra de Educación y Cultura y previa deliberación del Consejo de Ministros en su reunión del día 24 de mayo de 1996, vengo en nombrar Director del organismo autónomo Museo Nacional del Prado a don Fernando Checa Cremades. Dado en Madrid a 24 de mayo de 1996. JUAN CARLOS REY.
2. Voorwaarden bij bruikleen van de cartons van de gebrandschilderde Glazen van de Sint-Janskerk. Artikel 2, paragraaf 3. Van een bruikleen wordt, voordat het de Sint-Janskerk voor de tentoonstelling verlaat, en indien dit nog niet eerder is geschied, 8 x 10 inch ektachromes gemaakt, ten behoeve van het Archief van de Hervormde Gemeente. Voor gebruik van door bruikleengever ter beschikking gesteld fotomateriaal van dit bruikleen worden de materiaalkosten aan bruikleennemer in rekening gebracht, inclusief de produktiekosten van nieuw op te nemen materiaal.
3. Wet tot Behoud van Cultuurbezit. Artikel 7 paragraaf 3. Indien een in het eerste lid bedoelde handeling (het is verboden de verblijfplaats van een beschermd voorwerp te wijzigen alvorens het voornemen daartoe aan de inspecteur is gemeld) strekt tot het brengen van een beschermd voorwerp buiten Nederland, kan slechts Onze Minister toestemming geven, de Raad gehoord. Na verloop van de al dan niet verlengde termijn van het vorige lid zonder dat bedenkingen zijn aangevoerd, bevestigt Onze Minister binnen acht dagen na het verzoek daartoe schriftelijk dat geen bedenkingen bestaan tegen een handeling, mits verricht binnen een jaar na melding. In de bevestiging worden de handeling en de datum aangegeven.
4. Invitation for the Inauguration on 13th of October (Wed, 30 Sept 1998 11:42) Estimado de Groot. Gracias por las direcciones del presidente Sr. G.H. van Nieuwpoort y de la archivera Sra. H.A. van Dolder-de Wit. Le confirmo que el presidente estará invitado, si confirma su asistencia. La invitación no incluye viajes, gastos y hotel. La invitación de la archivera lo tendrá que decidir la coordinadora, Sra. Belén Bartolomé y el comisario Dr. Checa. Espero que tenga un buen viaje. Un cordial saludo, Ana Cabrera
5. Inauguración Exposición del Prado (Wed, 30 Sept 1998 17:20) Querido Señor de Groot. Me complace informarle que, excepcionalmente, hemos incluido a la Sra H.A. van Dolder-de Wit en el mailing de la inauguración. Afectuosamente, Belén Bartolomé.
6. Pilar Silva Maroto, 'La Devoción de la época y la piedad del Rey', cat. Felipe II. Un príncipe del Renacimiento, Museo del Prado, Madrid, 1998, pp. 454-457
7 K. van Mander, Het Schilder-boeck, Haarlem 946, fols. 92-93.
8. Cat. ten. Felipe II. Un príncipe del Renacimiento, Museo del Prado, Madrid, 1998, pp. 23, 298-301.
9. Brief 14.01.1998 (Fernando Checa Cremades). Finalmente, quiero reiterar mi agradecimiento por su colaboración e interés, no sin antes expresarle mi reconocimiento por la labor de restauración y conservación, tanto de la Iglesia de San Juan Bautista en Gouda como de los dibujos de las vidrieras que hemos solicitado para nuestra exposición. Por ello, quisiera que nos enviara un Nº de cuenta de la 'Gouda Cartoons Conservation Fund' donde podamos contribuir a esta causa y expresar así nuestro apoyo.
10. Luuk Kortekaas, 'Cartons Goudse Glazen naar Prado', Goudsche Courant, 11.7.98; Stephen Adolf, 'Werktekeningen Goudse glasramen in het Prado', NRC, 15.10.98; Cees Zoon, 'Kopstuk van Filips-expositie komt uit Gouda, de Volkskrant, 28.10.98.
11. 1992: Premio al Libro Mejor Editado, 1993: Premio Nacional de Historia.
12. Fernando Checa Cremades, 'La importancia de la dinastía y las colecciones de Carlos V', Felipe II, mecenas de las artes, Nerea, Madrid, 1992, p 20: Los ejemplos artísticos que aluden a la relación sucesoria entre ambas figuras no se reducen a los que hemos comenzado señalando. Existen varias medallas de León Leoni con la doble imagen de Carlos y Felipe; en las fiestas del Capítulo de Toisón de Oro celebrado en Bruselas en la fecha de 1555, el año de la abdicación, las alegorías más interesantes son aquellas que aluden a las figuras del Emperador y el Rey. La ceremonia fue ya presidida por Felipe, y en el cadalso de la compañía de Ter-Gouw (Gouda), en Holanda, la relación paterno-filial se carga de resonancias bíblicas; la inscripción dice así: "Vivat rex, benedictus Dominus Deus Israel cui debit hodie sedentem in solio meo; ut quodam david prolerum pladente senat", con dos representaciones, una con el rey en el trono con los símbolos de poder, y la otra con el rey en la cama aconsejando a su joven hijo.
13. E. Roobaert, 'De triomfbogen opgericht te Antwerpen in 1556, ter gelegenheid van het 22ste kapittel van de Orde van. het Gulden Vlies.', Bulletin Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België 9, 1962, pp. 221-276.
14. Jacques Le Boucq, 'Eschauffault de la confrarye de la goude' Le tresad- / mirable tri- / umphe de la / noble Ordre- / de la Thoi- / son dor / Chelebree de La / florisantte Ville / danvers Ian 1555 / Par Treshault & / Tresillustre Prince / Philippes Daustrice / Roy despaigne dangle- / terre de france & / duc de bourgoigne, Valenciennes, 12 maart 1556, Wenen, Archief van het Gulden Vlies, Cod. nr. 24, Haus-, Hof- und Staatsarchiv, fols. 14-14v.
15. SAHM, KA 15 (1557), p. 112: 'Item (20 maart) betaelt van steygeren an die conincksglas om die maet te nemen 4 st'.
16. Correciones: 'Los ejemplos artísticos que aluden a la relación sucesoria entre ambas figuras no se reducen a los que hemos comenzado señalando. Existen varias medallas de León Leoni con la doble imagen de Carlos y Felipe; en las fiestas del Capítulo de Toisón de Oro celebrado en
Amberes en la fecha de 19 hasta 30 de enero 1556, las alegorías más interesantes son aquellas que aluden a las figuras del Emperador y el Rey. La ceremonia fue ya presidida por Felipe, y en el cadalso donde actuaba una tableaux vivant de la Chambre de Rhétorique de Amberes "de Goudbloem" (la Flor de Oro), la relación paterno-filial se carga de resonancias bíblicas; la inscripción dice así: 'Vivat Rex, benedictus dominus deus Israel quy dedit hodie sedentem in solio meo videntibus oculis meis; ut quondam David procerum plaudente senatu / arce sua natum regali in sede locavit / Carolus Augustus modo sic permisit habenas / filius ut regni plena ditione teneret / gaudet et ingenti nunc Antverpia plausu / Laetisonusq. tuba fecit aurea sidera clangor, con dos representaciones, una con el rey en el trono con los símbolos de poder, y la otra con el rey en la cama aconsejando a su joven hijo.