Glas-in-lood, te mooi voor de beeldenstormers

Van onze medewerker
ANNE VAN DRIEL

Leiden, 14 januari 1999 - Reizigers door het polderlandschap van het zeventiende-eeuwse Holland moeten de eindbestemming al van verre hebben kunnen zien: de Sint Janskerk, die met haar schouders ver boven de stad Gouda uittorende. En die vanwege haar zestiende-eeuwse gebrandschilderde ramen befaamd was tot ver over de grenzen.

Begin zeventiende-eeuw werden ze in de toeristische gids van Guicciardini al aangeprezen als de 'heerlijcke schoone Glasen'. Rubens bijvoorbeeld, zou naar Gouda zijn afgereisd om de vensters te kunnen zien. En van de gebroeders Crabeth die bijna de helft van 'de Goudse Glazen' vervaardigden, ging het verhaal de ronde dat hun roem zoveel jaloezie opwekte, dat zij beiden de ogen werden uitgestoken.
'Onzin, natuurlijk', relativeert restaurator Wim de Groot (1949), die legende. Maar wat hij er maar mee zeggen wil: het heeft de ruim vijftig 'Goudse Glazen' nooit aan aandacht ontbroken. Niet in de tijd van hun ontstaan (tussen 1555 en 1603), noch in het heden. Terwijl de cartons daarentegen - de originele werktekeningen op ware grootte die van vrijwel alle gebrandschilderde ramen zijn bewaard - tot dusver in het archief van de Sint-Janskerk verborgen bleven. Slechts bewonderd door een enkele glasrestaurator of kunstexpert.

Centraal Station van Leiden.
De Lakenhal te Leiden.

Meer dan vierhonderd jaar lagen de stroken papier daar netjes opgerold, tot De Groot in 1984 gevraagd werd voor de restauratie van de ontwerptekeningen - 'grofweg circa twee strekkende kilometer renaissance-kunst'. Sindsdien ijvert hij voor grotere bekendheid van de monumentale cartons.
Het carton van het Koningsglas (1557), waarop een van de weinig bekende dubbelportretten van Filips II en zijn tweede gemalin Mary Tudor staat afgebeeld, beleefde deze winter haar primeur in het Spaanse Prado. Het in tere bruine inktstreken opgezette familieportret De Bespotting (1556) hangt nu in het Catharina Gasthuis in Gouda. En in de Lakenhal in Leiden verrijst Het Ontzet van Leiden (1603) van Isaac van Swanenburg - een tekening zo groot (8 x 4 meter) dat zelfs het diepe trapgat geen ruimte biedt aan de bovenste wolkenpartij.
'De cartons hebben een groot historisch belang', zegt De Groot. 'Vanwege de godsdienststrijd die dwars door de kerk loopt. In het transept bevindt zich bijvoorbeeld het Koningsglas van Dirck Crabeth, het belangrijkste portret van Filips als fanatiek verdediger van het katholieke geloof. Zuivere propaganda, want het toont het koningspaar terwijl het tijdens de eucharistieviering het lichaam en bloed van Christus tot zich neemt - een provocatie voor de protestanten. Terwijl Het Ontzet van Leiden, na de beeldenstorm geschonken door de stad Delft, juist de overwinning van Willem van Oranje op het Spaanse juk toont.'
Dat ondanks de beeldenstorm alle glazen en vrijwel alle cartons bewaard zijn gebleven, daarin is Gouda absoluut uniek ten opzichte van andere steden, benadrukt De Groot. Maar het blijft raadselachtig: 'Waarom zijn de glazen er tijdens de beeldenstorm niet uitgepingeld? Mijn theorie is als volgt. Die glazen zijn zo on-waar-schijn-lijk mooi. Neem het portret van Filips. Hoe Dirck Crabeth dat heeft weergegeven: dat overstijgt het belang van wie daar nu is afgebeeld.'
'Het bijzondere van de broers Crabeth is dat zij niet alleen het carton, maar ook het glas zelf maakten. Daardoor zijn de ontwerpen los, niet overgedetailleerd, bijna expressionistisch opgezet. Ze hadden aan één woord genoeg. Die kwaliteit heeft men ook toen al herkend. Of anders moeten de broers voor de kerkpoorten zijn gaan liggen, zo van "over mijn lijk!". Maar dat is natuurlijk kasteelromantiek.'
Het behoud van de cartons en hun relatief goede staat, zegt De Groot, is te danken aan de kerkvoogdij van Gouda. 'Men heeft vanuit een soort rentmeesterschap, denk ik, ooit besloten: "Dit heeft God ons gegeven, in bruikleen, en wij hebben de taak het in goede staat te behouden." Maar de kerkvoogdij heeft nooit met haar erfgoed te koop gelopen.'
Wat jammer is. Want de cartons, vertelt hij, zijn veel oorspronkelijker dan de ramen. 'Begin deze eeuw zijn sommige glazen voor tachtig procent vernieuwd. Niet met oog voor authenticiteit, maar in de geest van het Nationaal Réveil: alles moest er piekfijn uitzien. Bovendien zijn tijdens de Contrareformatie enkele godsbeelden uit de ramen verwijderd.'
Drie jaar werkte hij aan het Filips-carton, dat door vocht en schimmel verworden was tot 'een losse massa'; een half jaar zat hij gebogen over Het Ontzet van Leiden, dat door loszittende naden en bollende papiervellen 'op een berglandschap leek'. Twintig duizend uren zijn nodig om alle cartons te restaureren. 'Hoewel ik me ontzettend met die tekeningen verbonden voel, heb ik me er bij neergelegd dat een ander de klus ooit van me zal moeten overnemen.'

'Het ontzet van Leiden' van Isaac van Swanenburg (1603).
Het carton 'Het Ontzet van Leiden' is t/m 14 februari 1999 te zien in de Lakenhal te Leiden. 'De Bespotting' hangt t/m 17 januari in het Catharina Gasthuis te Gouda.