VIJFTIEN JAAR RESTAURATIE VAN
DE GOUDSE CARTONS


VAN ORGELZOLDER TOT PRADO


Eenzame jaren achter een kerkorgel

In 1984 kwam ik voor de eerste keer in aanraking met de cartons van de gebrandschilderde glazen van de Sint-Janskerk te Gouda. Ik werd door dr. W.H. Vroom, directeur van de afdeling Nederlandse Geschiedenis van het Rijksmuseum te Amsterdam, gevraagd om het carton De Vrijheid van Consciëntie (glas 1) van Joachim Wtewael (1595-97) te restaureren. Dit was ter gelegenheid van de tentoonstelling Willem van Oranje. Om vrijheid van geweten. In dat jaar werd herdacht dat hij 400 geleden was overleden.

Het was een opdracht waar ik eerst erg voor terugschrok. Zo'n kolossale tekening in mijn eentje en in betrekkelijk korte tijd 'tentoonstellingsrijp' maken, dat was zeker toen voor mij 'me behoorlijk vertillen'. Ik loste het op door me, samen met Mariska Vergouw, in de gegeven periode in het Rijksmuseum op te sluiten en in de weekenden door te werken. Het is uiteindelijk gelukt en het zag er prachtig uit, toen het carton in volle glorie te zien was in de tentoonstellingszaal.

Joachim Wtewael, 'De vrijheid van conscientie'. Detail van het carton voor glas 1.
Wim de Groot aan het werk in het Rijksmuseum.

Maar de vraag of ik álle cartons zou willen restaureren die na afloop van de tentoonstelling door het College van kerkvoogden van de Hervormde Gemeente te Gouda werd gesteld, daar viel ik van stil. Het was duidelijk dat het een zeer omvangrijk conservatieproject zou gaan worden. De gezamenlijke lengte van de cartons is, als je de individuele stroken achter elkaar legt, ± ca. 1.8 km. Het gevoel vloog me aan dat ik mijn leven vanaf nu op deze 'papieren tijdslijn' kon gaan afzetten. Ik gaf de opdracht terug en droeg Kaja Oldewelt voor.
Met Kaja had ik drie jaar lang samengewerkt op het Rijksprentenkabinet. Zij aanvaardde de opdracht en heeft vanaf augustus 1986 met grote toewijding gewerkt aan de restauratie van de cartons. Zij voltooide het werk aan De vrijheid van consciëntie en restaureerde in 1986 het carton De tempelreininging door Christus (glas 22) van Dirck Crabeth (1568-69) voor de tentoonstelling Kunst voor de beeldenstorm. Noordnederlandse kunst 1525-1580 in het Rijksmuseum. Vanaf januari 1989 t/m januari 1990 heeft zij gewerkt aan het carton De koningin van Scheba bezoekt koning Salomo (glas 5) van Wouter Crabeth (1559-61). Op 13 november 1990 overleed Kaja op 46-jarige leeftijd.
Door deze tragische gebeurtenis kwamen de cartons opnieuw op mijn weg. Eind september 1991 aanvaardde ik de opdracht wel. Maar voordat ik in de Sint-Janskerk zou beginnen, stelde ik eerst een algemeen rapport op van hoe ik dacht dat de conservatie van de cartons eruit zou moeten gaan zien.

Plan voor de conservatie van de cartons van de Goudse Glazen

De vraag mag met recht worden gesteld, wanneer doet zich een vergelijkbare situatie voor, dat vanwege de conservatie, een carton zó in de aandacht zal komen te staan en er zoveel aspecten naar voren zullen komen, die tot in detail kunnen worden bestudeerd. Daarom verdient het aanbeveling om een begeleidingscommissie voor deze periode samen te stellen die het proces van de restauratie en alle handelingen op de voet zal volgen. De commissie zal bestaan uit experts van verschillende wetenschappelijke disciplines. Ook zullen leden van de kerkvoogdij en de Stichting Fonds Goudse Glazen zitting nemen en zijn vertegenwoordigd.
De begeleidingscommissie zal proberen op vragen die voortkomen uit de veelheid van het vrijgekomen materiaal adequate antwoorden te formuleren. Losse gegevens dienen helder naar onderwerp gerubriceerd te worden en te worden ondergebracht in diverse hoofdstukken. De commissie stelt hieruit een zo compleet mogelijk en wetenschappelijk verantwoord dossier samen. Dat dit document in de toekomst van onschatbare waarde zal blijken te zijn, laat zich raden. Het zal een database, een vraagbaak zijn; overzichtelijk en toegankelijk. Omdat het dossier een open karakter heeft, kan het ten allen tijde worden aangevuld en uitgebreid met nieuw materiaal. De mogelijkheid van publikatie moet zeker worden overwogen.
En als extra voordeel heeft het, dat het carton niet meer bij iedere gelegenheid uit de kluis hoeft te worden gehaald. Dit is onverstandig, het verhoogt het risico van beschadiging.

Conservatie-dossier: inhoudsopgave

Geschiedenis
De geschiedsbeschijving van de stad Gouda: het middenhollandse karakter van Gouda in de periode van het glas/carton gespiegeld aan de historische- en politieke context van de tijd.

1. Schenker van het glas
2. Heraldiek
3. Stads- en kerkbestuur
4. Bevolkingssamenstelling
5. Geloofs-en cultureel leven
6. Economie (bronnen van inkomsten)
7. Welke belangrijke gebeurtenissen werden in de gegeven periode in de stadsgeschiedenis bijgeschreven

Kunstgeschiedenis
1. Biografie kunstenaar
2.
Paleografisch onderzoek: waar begint de eigen inventie en het eigen handschrift
3. Glas/carton geplaatst in het kader van de contemporaine (glas)kunst
4. Plaats van het glas in het iconografisch programma
5. Ornament
6. Geschiedenis van het kostuum

Restauratie
1. Voor- en achterzijden van de stroken van het carton worden voor-, tijdens en na de conservatie fotografisch vastgelegd.
2. Scheikundig
onderzoek naar de gebruikte papiersoorten en schilder- en tekenmaterialen wordt verricht in samenwerking met de laboratoria van het ICN (Instituut Collectie Nederland) te Amstedam en TNO te Delft.
3. Scheuren, gaten, ontbrekende delen, oude restauraties, watermerken (röntgenologische vastlegging) worden gelokaliseerd en in diagrammen vastgelegd.
4. Alle fasen en handelingen van de praktische werkzaamheden van voor, tijdens en na de restauratie worden tot in detail beschreven, gefotografeerd en/of indien nodig op video vastgelegd.
5. Teksten, aantekeningen van glazeniers op voor- en achterzijde zullen worden gecalqueerd en ontcijferd.
6. Gegevens die helderheid verschaffen over hoe het carton werd gebruikt bij de fabricage van het glas wordt melding gemaakt.
7. Studie naar historisch-technische achtergronden van de gebruikte materialen wordt onderzocht vanuit de geschiedenis van het materiaal.
8. Product-sheets van de gebruikte restauratie-materialen (gelatine, nipagin, stijfsel, tengyo, fixatief, museumkarton enz.) worden aan het dossier toegevo
egd.

Museale presentatie
Het dient onderzocht te worden of er een expositie mogelijkheid bestaat in de nabijheid van de Sint-Janskerk, waar de cartons voor het publiek te zien zullen zijn na
voltooiing van de restauratie. De voorwaarden van de museale expositietechnieken en veiligheidsnormen worden daarbij in acht genomen:

1. Er dient een relatieve vochtigheid van 50-55% te worden gehandhaafd.
2. Er dient een constante temperatuur van 20 +/- 2 graad celsius te worden gehandhaafd.
3. H
et carton mag niet in daglicht worden tentoongesteld, doch uitsluitend in met kunstlicht verlichte ruimten, waarin het     lichtniveau beperkt blijft tot 50 Lux, en waarbij de lichtbron van een ultraviolet-werend filter dient te zijn voorzien.
4. Voor vitrines gelden de volgende eisen:
    - beveiliging
    - ultraviolet-werend perspex
    - klimatisering
    - verlichting buiten de vitrine
    - specificatie van de verwerkte materialen

Wat ik op de orgelzolder vond

Op 26 september 1991 betrad ik voor de eerste keer de orgelzolder van de Sint-Janskerk. Natuurlijk kunnen we niet verwachten dat er in een kerk een restauratie-atelier wordt aangetroffen met ideale omstandigheden. Dat mijn gezondheid zó op de proef gesteld zou worden, had ik niet verwacht.
's Zomers loopt de temperatuur gewoonlijk op tot 30 graden
, omdat de ruimte pal onder het kerkdak zit. Er kan niet worden geventileerd, want kerkramen zijn niet om open te zetten. Dus blijft de lucht er dood hangen.
's Winters is het er gemiddeld 3 graden boven nul. Door de permanente uitstraling van de kerkmuren wordt het er letterlijk steenkoud. Daarom heeft men tussen de balken een bouwkeet neergezet. Maar vanwege de koude-uitstraling van het glas in de ramen, waarnaast ik urenlang geconcentreerd sta te werken, verander ik regelmatig in een ijspegel. In de keet geven 2 elektrische radiatoren dan wel plaatselijke troost, maar als ik mijn handen heb verwarmd dan is mijn rug weer koud en als mijn rug weer warm is, dan . . . ja, het is een beetje moeilijk om met je handen achter je rug om naar de tafel toe te werken.

Bouwkeet op de orgelzolder

Tussen de bouwkeet en de bovenste pijpenkast van het Moreau-orgel staat de zeven-en-halve meter lange werktafel. Hierop worden de stroken van de cartons vlak gemaakt, geretoucheerd en afgewerkt.
De orgelzolder is een niet te verwarmen, open ruimte en maakt de werkruimte gedurende een aantal seizoenen ongeschikt om continuïteit in het werk te ontplooien. Het is daarom niet mogelijk om een, voor de restauratie noodzakelijk klimaat te creëren met een constante temperatuur- en vochtigheidsgraad. De metingen die ik verricht met de thermohygrograaf hebben dan ook meer een symbolische waarde.
Als het tegenzit en het orgelseizoen is vroeg begonnen - of de organist zit ook te sterven van de kou - is hetgeen aan lawaai op me afkomt, oorverdovend. We hebben het hier niet over de kwaliteit van het orgelspel, we praten hier over decibellen. Het geluid davert uit de klankkast, rolt door de ruimte, over de bouwkeet heen, botst tegen de tegenoverliggende westgevel aan en kaatst dan weer vol terug. Inmiddels heb ik de koster Maurits Tompot verzocht of hij erop toe wil zien, dat op maandag- en donderdagmiddag - de dagen dat ik aanwezig ben in de kerk - het orgel niet meer wordt bespeeld. Maar ja, het blijft een moeilijke kwestie, want wat is een kerk zonder orgelmuziek (een café zonder bier).
Tenslotte, stromend koud water treffen we aan in de openbare toiletten beneden in de kerk, waar de afgeslankte zeepjes na een dag lang te zijn gebruikt door toeristen, me vermoeid aankijken, 'Laat je nog iets van ons over?'

Het reguliere project

De cartons staan op de lijst van de Wet Behoud Cultuurbezit (WBC 195). Daarom kent het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen een subsidie van 60% toe over het totaal van de conservatiekosten. De subsidie wordt aangevraagd bij de Mondriaan Stichting: zij is uitvoerder van de wet. Voor de overige 40% zoekt de kerkvoogdij andere subsidiegevers. Zo werd bijvoorbeeld de restauratie van het carton van het Koningsglas mede mogelijk gemaakt door subsidies van de Broederschap van Sint-Jan, Prins Bernhard Fonds, VSB en de Pelgrimshoeve te Zoetermeer.
De zorg voor de cartons leeft ook in Gouda. Op vrijdag, 5 november 1999, werd er door de Rotary Club Gouda
un concerto particulare, een feestelijk benefietconcert, in de Sint-Janskerk georganiseerd. Aan het eind van de avond werd aan de heer G.H. van Nieuwpoort, voorzitter van het College van kerkvoogden, een cheque van € 11.350,= .
In 1993 is in samenwerking met de kerkvoogdij een algemeen plan opgesteld voor de conservering van alle cartons van de gebrandschilderde glazen. In de brief van 27 januari van dat jaar heeft zij het Ministerie van O, C en W een lijst doen toekomen, waarin het totaal aantal van 20.000 werkuren wordt uitgesplitst per carton. Besloten is toen, om het overzicht niet te verliezen, om telkens voor een periode van drie jaar subsidie aan te vragen en daarvoor een aantal cartons te restaureren: het zogenaamde reguliere project. Verder werd intern afgesproken om prioriteit te geven aan de cartons die er het slechtst aan toe zijn; de inmiddels, in het eerste en tweede reguliere project geconserveerde cartons De koningin van Scheba bezoekt koning Salomo (glas 5) van Wouter Crabeth en De inwijding van de tempel van koning Salomo/Het Laatste Avondmaal (glas 7) van Dirck Crabeth (1557/59). Er werd bovendien afgesproken dat prioriteit zal worden gegeven aan de volgorde van historische-en kunsthistorische belangrijkheid. Dit houdt feitelijk in dat de cartons van Dirck en Wouter Crabeth het eerst voor conservatie in aanmerking zullen komen.
Met terugwerkende kracht kunnen we het door mij half gerestaureerde carton De vrijheid van consciëntie (glas 1) van Joachim Wtewael voor het Rijksmuseum en dat door Kaja Oldewelt is voltooid en de door haar gestarte conservatie van het carton De koningin van Scheba bezoekt koning Salomo
(glas 5) van Wouter Crabeth, beschouwen als het eerste reguliere project .
Ongeveer 50% van de restauratie van het Crabeth-carton was voltooid. Toen ik die bewuste septembermiddag voor het eerst aan de slag zou gaan trof ik de laatste strook (5E2), waaraan Kaja had gewerkt, op de werktafel aan. Ik behandelde in het tweede reguliere programma de andere 6 stroken.
In het derde en vierde project werden de cartons De doop van Jezus door Johannes de Doper in de Jordaan (glas 15) van Dirck Crabeth (1555/56) en 58 t/m 64; de zogenaamde K
leine Passie, uit het atelier van Dirck Crabeth, vanuit bovenstaande argumentatie, opgenomen en uitgevoerd.
Op 7 oktober 1999 werd door de kerkvoogdij besloten om voor het vijfde reguliere project het carton Judith onthoofdt Holofernes
(glas 6) van Dirck Crabeth (1571) op het programma te zetten.

Restauratie van het carton van het Koningsglas

Van 1993 tot en met 1996 heb ik gewerkt aan de restauratie van het carton van het zogenaamde Koningsglas. Dit raam, ontworpen en uitgevoerd door Dirck Crabeth, werd in 1557 aan de Sint-Janskerk geschonken door Filips II, koning van Spanje, landsheer van de Nederlanden en zijn tweede echtgenote Mary Tudor, koningin van Engeland. De twee bijbelse voorstellingen De Inwijding van de tempel van Salomo (bovenregister) en Het Laatste Avondmaal (middenregister) zijn in het raam afgebeeld.
Het besluit om juist dit carton te restaureren werd bepaald door de slechte toestand waarin het verkeerde; een gevolg van onzorgvuldige behandeling. Goed zichtbaar is dat de 30 stroken waaruit het carton bestaat, tot één bundel waren opgerold en zó, staand als een trommel, gedurende lange tijd zijn opgeslagen. Door lekkage en vocht, dat er van boven naar beneden is ingelopen, is schimmel ontstaan; het papier is gaan vervilten en grote stukken zijn op diverse plaatsen weggerot en tot schilfers vergaan. Van de Tempelwijding en het Laatste Avondmaal is bijna niets meer over.

Om kort te gaan, tweederde van het carton ging verloren. Als men bedenkt dat in 1948 door het Vezelinstituut van het TNO te Delft, een tweetal monsters uit het carton werd genomen, waaruit bleek dat het papier bestaat uit vezels van linnen lompen van uitstekende kwaliteit, kan er gesproken worden van een groot verlies. Gelukkig zijn de afbeeldingen van de schenkers, Filips en Mary, gespaard gebleven. De stroken met hun portretten werden misschien, gezien hun belangrijkheid, op een afzonderlijke plaats bewaard.

De restauratie van Arent Lepelaer

Arent Lepelaer (1642-1732), een van mijn voorgangers, heeft op verzoek van de kerkmeesters in 1692 het carton gerestaureerd. Hij heeft dit op een tamelijk rigoureuze manier aangepakt, waaraan ieder gevoel voor de materie en artistiek inzicht ontbrak. Grote delen in de stroken die zwaar waren beschadigd, heeft Lepelaer weggenomen en vervangen door nieuwe stukken blanco papier. Ontbrekende lijnen in de tekening trok hij direct van het glas over door het papier tegen het glas te houden. Uiterst slordig werd eerst in zwarte verf een totaalindruk gegeven, waarna de lijnen met uithalen in zwart, olieachtig krijt werden geaccentueerd. De stukken steken foeilelijk af ten opzichte van de geïnspireerde manier van tekenen met loodstift en zwart krijt van Dirck Crabeth. Grappig om te zien is daar, waar de brugijzers zitten, de tekening bij Lepelaer stopt, maar bij Crabeth doorloopt.
De twee gevleugelde vrouwenfiguren
Justitia en Temperantia in de onderregister, tekende Arent Lepelaer met ijzergalinkt. De zuur- en ijzerhoudende inkt veroorzaakt inktvraat wat de papiervezel aantast. Door veranderende klimatologische omstandigheden komt het voor dat er na verloop van tijd geoxideerde stukjes uit het papier vallen en bruine gaten achter laten. Dit is helaas hier ook gebeurd.

Baselstab

In het 'restauratie'-papier, dat Lepelaer gebruikte, vond ik als watermerk der Baselstab; de bisschopstaf van Bazel. Dit symbool vindt men thans nog terug in het wapen en de vlag van de stad. Onder de Baselstab bevinden zich de letter D en drie ringen. In augustus 1999 ontmoette ik dr. Peter Tschudin, conservator van de Basler Papiermühle, het Zwitserse Papiermuseum. Ik legde hem een foto voor van het watermerk. Hij vertelde me, dat de D staat voor Dürring; een verbastering van het woord Drei Ringen en dit staat weer voor de Drie-eenheid. De familie Dürring behoorde tot één van de grootste papierfabrikanten van de 16de eeuw.

Baselstab
Handelsmerk van de firma Durring.

Het papier was een fel begeerd exportartikel en werd door heel Europa verhandeld. Met de Rijn als handelsroute kwam het terecht in de Nederlanden. Hij nam me mee naar buiten en wees omhoog. Op de voorgevel was de Bazelse bisschopstaf met de D en de drie ringen in zwarte verf aangebracht. 'Das Papier was den Lepelaer gebrauchte, das stammt ja gerade aus diesem Haus, diesem ehemaligen Papiermühle im St.-Alban-Tal. Diese Entdeckung, das ist doch ganz wunderbar!' Ik had nog twee nieuwe verrassing voor Tschudin in petto. Werd het blanco papier uit Bazel door Lepelaer gebruikt om er het carton van het Koningsglas mee op te knappen. Gerrit Gerritsz. Cuyp gebruikte het papier in 1596 om er het carton de Maagd van Dordrecht op te tekenen. En als laatste: ik vond, geplakt op de achterzijde van strook 7E2, het dekvel, dat diende als kwaliteits-en merkteken, omdat het kwaliteitspapier uit Bazel veelvuldig werd vervalst. In dit dekvel kwam het grote aantal vellen in de Sint Janskerk aan, dat de kerkmeesters aan het einde van de 16de eeuw in Bazel hadden besteld.

Afweging

Wat mij te doen stond was alles wat er nog aan origineel papier in het carton aanwezig was te sparen, en alles wat er in de loop van de eeuwen bij reparaties aan was toegevoegd, te verwijderen, behalve de door Lepelaer aangebrachte stukken. Heel belangrijk was daarbij de esthetische kwestie: de grove benadering van Lepelaer tegenover de vederlichtheid van Dirck Crabeth. Toch werd besloten de gedeelten van Lepelaer te handhaven, enerzijds omdat, als je alles zou verwijderen wat hij had aangebracht, er niet zoveel meer zou overblijven van het originele carton. Anderzijds laten deze reparaties ook iets zien van de geschiedenis van het carton. Het is enigszins vergelijkbaar met de vraag: moet je nu wel of niet de door de eeuwen heen rondom een oude kerk gebouwde huisjes afbreken. Tenslotte zijn en blijven de cartons werkmateriaal, die keer op keer gebruikt zijn en worden, bij herstel en reparatie aan de glazen. Daarnaast zijn ze van een superieure artistieke kwaliteit, die ver uitsteekt boven het niveau van een gewone werktekening.

Restauratie

Het carton van het Koningsglas heeft een lengte van ca. twintig meter en een breedte van ca. vier meter. Het bestaat uit dertig losse stroken, met lengtes die variëren van 2 tot 6 meter. Deze stroken zijn opgebouwd uit kleinere vellen van 40 bij 60 cm, die met een overlapping van 2 cm aan elkaar zijn geplakt. Om deze enorme klus te klaren - ik had 120 meter, voor het grootste gedeelte totaal verpulverd papier voor me - was het belangrijk een juiste inschatting te maken van wat er op één werkdag kon worden gedaan. Het werk was zo ingedeeld dat er per dag een gedeelte van gemiddeld 70 bij 120 cm van een strook werd losgeweekt en behandeld. De gang van zaken is als volgt. Het begint ermee dat ik een koker haal uit de kluis, waar alle cartons veilig liggen opgeborgen. Ik neem de koker mee naar boven, naar de orgelzolder van de Sint Janskerk. Hier staat een zeven en een halve meter lange werktafel met een grote lichtbak. Ik haal de strook uit de koker en rol hem uit op de werktafel. Ik inspecteer de strook, neem de schade op, en noteer deze op het al genoemde diagram. Verder worden foto's gemaakt. De te behandelen delen worden losgemaakt en de overlappingen losgeweekt. Op het perspex van de lichtbak, die een weinig is bevochtigd, wordt melinex aangebracht (een transparante plastic folie met een dikte van 0.023 mm), dat er strak overheen wordt getrokken. Daarop komt het te behandelen gedeelte van het carton, met de tekeningzijde naar onderen. De achterzijde spray ik licht in, waardoor het papier zich strekt. Wat mij voor ogen stond was een strook samen te stellen waarbij het papier van Crabeth zonder problemen overgaat in dat van Lepelaer. Hierbij sloeg soms de wanhoop toe, wanneer een stuk eindelijk ontdaan was van alle resten en rommel, en er slechts een fractie overbleef van origineel materiaal. Regelmatig moest ik mij beperken tot kleinere stukken, bijvoorbeeld van 50 bij 50 cm, waarbij soms zes uur aan één stuk moest worden gewerkt. De blanco stukken 16-de eeuws lompenpapier uit Bazel, dat van de achterzijde worden verwijderd, worden opnieuw gebruikt, omdat het van een uitstekende kwaliteit is. Ik scheur het in kleine stukjes en laat deze een dag lang weken in gedistilleerd water, waarna de stukjes worden vermalen tot vezels. Met de verkregen 'vezelpap' worden met behulp van een lepeltje de gaatjes en ontbrekende delen gevuld. Om het vocht eruit te halen worden de aangegoten plekken met een katoenen doek gedept, maar zó dat de vezels op hun plaats blijven.

Tengyo

Nadat op deze wijze alle schade is behandeld, wordt over de gehele achterzijde een doublure aangebracht van langvezelig Japans papier, tengyo genaamd. Het wordt gemaakt van de loten van de moerbeiboom, die, heel bijzonder, geplukt worden voordat de eerste sneeuw valt. Het aanbrengen van de doublure gaat als volgt in zijn werk. Eerst wordt een vel tengyo bedekt met een laagje stijfsel van zetmeel. Dit gebeurt met behulp van de muzi-bake, een Japanse borstel van hertenhaar. Deze borstel zorgt ervoor, dat de stijfsel gelijkmatig en volledig op het doublure-papier wordt verdeeld, zonder dat het flinterdunne, nu vochtige Japanse papier wordt beschadigd. Dan wordt het vel op de achterzijde van het stuk carton gelegd en met de nori-bake, een Japanse borstel van uitgesneden palmblad, zorgvuldig geklopt, zodat er een goede hechting ontstaat. De vellen Japans papier zijn aan de randen niet scherp, zoals bij tekenpapier, maar zacht en rafelig. Hierdoor kunnen de vellen naadloos op elkaar aansluiten, de vezels vallen samen en er vormt zich geen opstaand plakrandje. De doublure is zó transparant, dat alle bijzonderheden, zoals oude aantekeningen of watermerken zichtbaar blijven. Met de melinex als drager wordt het geheel van de behandeltafel getild en op vellen filtreerpapier gelegd, waarop ik het een week laat drogen.

Afwerking

Wanneer alle gedeelten van een strook zijn behandeld en weer met hun overlappingen aan elkaar zijn gevoegd, kan de afwerking aan de voorzijde beginnen. Eerst worden alle aangegoten stukken met gelatine gelijmd. Daarna wordt de strook op een aparte werktafel gespannen. Tijdens dit droogproces strekt de tekening zich en krijgt zijn oorsprokelijke lengte weer terug. Na een laatste zorgvuldige inspectie worden de aangegoten stukken ingekleurd in de hoofdtoon van het papier. De foto's van het eindresultaat worden vergeleken met de opnamen van voor de restauratie. Tenslotte wordt de strook om een kartonnen kern gerold, die is beplakt met zuurvrij 200 grs museumkarton en, beschermd door de roestvrijstalen koker, weer in de kluis opgeborgen. Inmiddels zijn we dan 1900 uur verder. De restauratie is gedocumenteerd in acht boeken, die een nauwkeurig verslag bevatten van wat zich tijdens de restauratieperiode heeft voorgedaan. Bij het verslag zijn foto's en diagrammen gevoegd. De omvang van de schade is goed te zien op de diagrammen die van iedere strook worden bijgehouden. Honderden scheurtjes, gaatjes, ontbrekende en later toegevoegde delen, schimmel enz. zijn er op aangegeven.

Slotoverweging

Dat het belangrijk is om de cartons goed te onderhouden en te bewaren, blijkt wel uit het feit dat tijdens een storm in 1790 de Tempelwijding uit het Koningsglas is gewaaid en voor lange tijd werd vervangen door blank glas. Tijdens de restauratie-periode van Schouten van 1900 tot 1936 is het raam gerepareerd. Hierbij heeft men gebruikt gemaakt van het carton en geprobeerd om met de restanten van het originele glas, aangevuld met nieuw glas, een zinvolle reconstructie te maken.


Stand van zaken betreffende conservatie van de cartons van de gebrandschilderde glazen van de Sint-Janskerk te Gouda

1ste reguliere project (Kaja Oldewelt, 19.8.1986 - 23.1.1990): de cartons van glas 1 De Vrijheid van Consciëntie (A2 t/m F2), Joachim Wtewael (1595-1597) en glas 5 De koningin van Scheba bezoekt koning Salomo (C1, C2, D1, D2, E1, E2), Wouter Crabeth (1559-61).

2de reguliere project (23.10.91 - 15.4.1993): het carton van glas 5 De koningin van Scheba bezoekt koning Salomo (A1, A2, B1, B2, D1, D2, E1, E2), Wouter Crabeth (1559-61).

3de reguliere project (19.4.1993 - 31.12.1996): de cartons van glas 7 De inwijding van de tempel van koning Salomo/het Laatste Avondmaal, Dirck Crabeth (1557-59), glas 58 De gevangenneming, atelier van Dirck Crabeth (1556), glas 59 De bespotting, atelier van Dirck Crabeth (1556), glas 60 Ecce Homo, atelier van Dirck Crabeth (1556), glas 61 De kruisdraging, atelier van Dirck Crabeth (1559).

4de reguliere project (3.4.1997 - 31.12.1999): de cartons van glas 15 De doop van Christus door Johannes, Dirck Crabeth (1555-56), glas 62 De opstanding, atelier van Dirck Crabeth (1557), glas 63 De hemelvaart, atelier van Dirck Crabeth (1557), glas 64 De uitstorting van de Heilige Geest, atelier van Dirck Crabeth (1557).

5de reguliere project (2.3.2000 - 30.9.2001): het carton van glas 6 Judith onthoofdt Holofernes, Dirck Crabeth (1571).

6de reguliere project (1.4.2002 - 1.3.2003): het carton van glas 8 De Tempeluitdrijving van Heliodorus, Wouter Crabeth (1566).

Conservatie ten behoeve van een tentoonstelling

Het carton van glas 1 (A1 t/m F1) De Vrijheid van Consciëntie, Joachim Wtewael (1595-1597), tentoonstelling Willem van Oranje. Om Vrijheid van Geweten, 28.9 - 9.12.1984, Rijksmuseum, Amsterdam.

Het carton van glas 22 De verdrijving van de wisselaars uit de tempel, Dirck Crabeth (1568-69), tentoonstelling Kunst voor de beeldenstorm. Noord-Nederlandse Kunst 1525-1580, 13.9 - 23.11.1986, Rijksmuseum, Amsterdam.

Het carton van glas 25 Het Ontzet van Leiden, Isaac van Swanenburg (1600-04), tentoonstelling Isaac van Swanenburg (1537-1614), kunstenaar aan de macht, 26.11.1998 - 14.2.1999, Stedelijk Museum De Lakenhal, Leiden.