DE LAATSTE MODERNIST

AMSTERDAM, 27 september 2007 - Eindelijk gaat een lang gekoesterde wens in vervulling. Vandaag krijg ik de gelegenheid om de grote modernist Pierre Boulez in het kader van de Matinee op de Vrije Zaterdag in het Concertgebouw aan het werk te zien. Het concert gaat echter niet geheel vlot van start. Na de openingsmaten van het eerste stuk "... hör auf..." (2005/07) van de Franse componist Mark Andre tikt de tweeëntachtigjarige dirigent driftig af vanwege het afgaan van ringtones van een mobiele telefoon op de eerste rij. Een uniek moment van publieksparticipatie, dacht ik, waarnaar men in de vorige eeuw naarstig heeft gestreefd. Spreekt het werk 4'33 van John Cage uit 1952, waarin stilte en omgevingsgeluiden de compositie vormen, niet voor zichzelf?
Na de hervatting van het concert brengt Pierre Boulez zijn walging over de conservering van een achttiende-eeuwse broeksknoop letterlijk en op furieuze wijze in praktijk. Op niet mis te verstane wijze wordt er met handen, voeten en strijkstokken gebeukt, gestompt en geslagen op de snaarinstrumenten alsof zij er iets aan kunnen doen, dat ze de tand des tijds hebben doorstaan. De mishandeling van het klassieke instrumentarium van het Ensemble Modern Orchestra aangevuld met verminkte tapefragmenten moeten volgens de Boulez-protégé leiden tot vervreemding van traditionele luisterpatronen en vernietiging van de klankruimten en ... tot de Auferstehung van Christus.
Zonder meer het klapstuk van de middag is Amériques (1920-21/1929) van de Amerikaan Edgar Varèse. Tot mijn verbijstering begint er plotseling een sirene te loeien en ik verwacht dat nu het gehele concert zal worden afgeblazen. Maar het heeft er alle schijn van dat Boulez het deze keer niet heeft gemerkt.
(wordt vervolgd)