Venster geschonken door Adolf von Schauenburg aan de abdijkerk van Saint-Hubert. Het glas werd in 1542 vervaardigd door Pieter Dircksz Crabeth.
'GOUDSE GLAZEN' IN DE ARDENNEN

DOOR ROEL SIKKEMA

GOUDA, 11 mei 2007 - Duizenden toeristen bezoeken jaarlijks de Goudse Sint-Janskerk. De grootste schat van deze kerk wordt gevormd door de 'Goudse Glazen', een verzameling van maar liefst 72 gebrandschilderde ramen. Ongeveer twintig daarvan zijn in de tweede helft van de zestiende eeuw gemaakt door de gebroeders Dirck en Wouter Crabeth. Bekend is dat hun vader Pieter ook glazenier was. Maar tot dusver waren van hem geen ramen bekend, alleen een panoramakaart van Gouda met haar stroomgebied. Daar kan nu verandering in komen, meent glasdeskundige Wim de Groot. 'In de abdijkerk van Saint-Hubert, in de Belgische Ardennen, is waarschijnlijk het tot dusver enige raam van Pieter Crabeth te vinden.'

De Groot werkte aan de restauraties van de Goudse cartons, ontwerptekeningen op ware grootte, tussen 1991 en 2003. In de afgelopen jaren heeft hij veel studie verricht naar de Goudse Glazen en daarover gepubliceerd. 'Een van de laatste boeken was The Seventh Window, een studie over het Koningsglas, dat door Spaanse koning Filips II aan de kerk is geschonken. Tijdens de voorbereiding daarvan vond ik in het Nationaal Archief in Den Haag een brief van de abt van Saint-Hubert aan Floris van Egmond, graaf van Buren en kasteelheer te Grave. Daarin wordt gesproken over een zekere 'Wother', die met zijn broer glazen maakten voor de abdijkerk van Saint Hubert. De reden van de brief was echter, dat Wother in 1522 betrokken was bij een dodelijk ongeluk in Grave. 'Toen Wother op zijn paard wilde stappen, trapte het beest naar achteren en doodde iemand. Wother werd gevangen gezet en de abt vroeg aan de graaf om clement te zijn met de glazenier', zegt Wim de Groot.
      Wother was de zoon van 'maistre pierre', staat in de brief van de abt. 'Hij moet Wouter, de zoon van Pieter Crabeth zijn', denkt Wim. Op zich was het niet gek, dat Crabeth junior in Grave verbleef, want zijn vader had daar in hetzelfde jaar voor de graaf gewerkt. In 1967 publiceerde de streekarchivaris H.B.M. Essink een rekening van een verbouwing van het kasteel van graaf Floris, waaruit blijkt dat Pieter een gebrandschilderd raam had geleverd. Ook stond daar vermeld, dat vader Crabeth oorspronkelijk uit Cuijk (vlakbij Grave) afkomstig is en dus niet altijd in Gouda heeft gewoond.

Links: Pieter Dircksz Crabeth (?), Confirmatio, 1510-1515, carton. Gouda, Sint Janskerk.
Rechts: Pieter Dircksz Crabeth, Venster van Adolf von Schauenburg, 1542, detail met Sint-Lambertus. Basiliek van Saint-Hubert. Opvallend is de stilistische gelijkenis tussen de twee figuren.

Sterfjaar
De Groot ging daarop rekeningboeken in Saint-Hubert bekijken om te zien of er in het begin van de zestiende eeuw glazen zijn geleverd door iemand, die Crabeth heette. 'Die naam kwam ik niet tegen, maar dat is niet zo vreemd, omdat achternamen toen vaak niet werden gebruikt', zegt De Groot. 'Maar wel kwam ik typisch Nederduitse namen als Peter en Dyrich tegen. Die laatste naam werd op verschillende manieren geschreven, ook als Dederich, Tidrich en Dyrich. Ook bleek dat Dyrich een zoon van Peter was. Het kan daarom haast niet anders dan dat Pieter Crabeth met zijn zoon Dirck in 1541-1542 in Saint-Hubert hebben gewerkt.' Maar dit waren niet de enige aanwijzingen. De Groot: 'Het is opvallend, dat vanaf 1542 de naam van die meester Pieter zowel in de archieven van Saint-Hubert als die van Gouda niet meer voorkomen. Dat moet het sterfjaar van de glazenier zijn geweest.'
      De laatste aanwijzing vindt De Groot in de abdijkerk zelf. 'In Saint-Hubert bevindt zich een raam uit 1542, dat is geschonken door graaf Adolf III van Holstein-Schauenburg, die zowel in het aartsbisdom Keulen als het prinsbisdom Luik een hoge functie had. Dat raam werd volgens de rekeningboeken door Pieter vervaardigd. Opvallend is, dat het ook grote stijlovereenkomsten heeft met een van de zogeheten 'kleine' Goudse cartons. Op basis van al die gegevens concludeer ik, dat dit raam niet alleen door Pieter Crabeth geplaatst is, maar ook door hem is ontworpen.'
      De Crabeths hebben dus niet alleen in Gouda gewerkt, maar ook in Grave en in Saint-Hubert. 'Daaruit kun je concluderen, dat sommige kunstenaars niet alleen regionaal bekend waren, maar ook ver buiten hun eigen gebied', zegt De Groot. 'Hetzelfde zag je in die tijd ook met bouwmeesters en klokkengieters en later ook met orgelbouwers. Vaak richtten die tijdelijk hun ateliers in bij de kerken, waarin ze werkzaam waren.'
      Wim de Groot bepleit verdergaand onderzoek naar oude ramen in het bisdom Luik. 'Het zou heel goed kunnen, dat in enkele kerken in Luik ook ramen van Pieter Crabeth en zijn zonen zijn te vinden. Zo vertonen de ramen zowel in de kerk St. Martin als in de St. Jacques bepaalde kenmerken, die lijken op het raam in Saint-Hubert.' Nog sterker is dat het geval met een raam in het zuidertransept van de kathedraal St. Paul in Luik. 'Daarop is een schenkerscène te zien, die sprekend lijkt op een soortgelijk tafereel in et raam in Saint-Hubert.'
      Wim de Groot heeft zijn bevindingen neergeschreven in een artikel in het blad Saint-Hubert d'Ardenne. Cahiers d'histoire, dat deze week verschijnt.
[Glasraam van Pieter Dircksz Crabeth]
[zie ook: Algemeen Dagblad]

Lees meer over Dirck en Wouter Crabeth
[Dirck Crabeth - Goudse Koningsglas]
[Wouter Crabeth - De Uitdrijving van Heliodorus]
[Restauratie van de Goudse cartons]
[Wim de Groot - 'AU!' Productions]