OH RIPLETS, YOU'RE SO FINE

Verrassend genoeg staat Marc Almond vanavond in het voorprogramma van de Rotterdamse meidengroep The Riplets. Vanwege zijn overdramatische vertolkingen van torch songs zoals I Close My Eyes & Count To Ten, Something's Gotten Hold Of My Heart, en natuurlijk zijn claim to fame, de synthpop hit Tainted Love met Soft Cell (1981), gezet op een elektronische beat van 120 bpm, is hij een overtuigende perfomer in een uitverkocht Paradiso. Sleazy Marc heeft het voorkomen van een kinky bezoeker, die even is weggelopen uit een Wasteland Fetish Party, of beter gezegd, van een betrapte klant in een peepshow aan de verkeerde kant van de Ramblas in Barcelona. Met een uitbundige sing-a-long doet hij het dak schudden en gooit de ene karaoke-kraker na de andere eruit. Het toegestroomde potten- en nichtenpubliek, vaste waarde bij zijn concerten, croont uit volle borst mee en zwijmelt weg bij de muziek. Nadat Marc met I Feel Love de hoogste C heeft gehaald - Gerard Joling kan hieraan een puntje zuigen - racet de menigte de trap op naar boven om ondergedompeld te worden in de snoeiharde, strakke en energieke kick-off van The Riplets, die tot dan toe in de bijna lege, kleine zaal stonden te kniezen.
De gitariste Ryan Riot (Ex Bad Candy) neemt het toegestroomde publiek meteen voor zich in met de opmerking: ‘Hebben jullie je ook zo verveeld bij die homo beneden? Dan wordt het nu hoogtijd voor de nodige rock & roll adrenaline om je reet roodgloeiend mee uit te boren’. En voor een moment ontaardt de sfeer in een ordinaire Ajax-Feijenoord stammentegenstelling, die de Rips graag even willen onderstrepen.
Het ruige en stoere gedrag valt echter in goede aarde bij enkele lesbies, die in adoratie en met open mond voor het podium zich aan de schreeuwlelijkerds uit Rotjeknor staan te vergapen. Het kan het niet anders, dan dat na enkele seconden de michelinvrouwtjes - de huiden bezitten nauwelijks een onbezet plekje, omdat de naald van tatoeëerder niet heeft weten te stoppen met het aanbrengen van vleesmerken - wild heen en weer beginnen te springen. Dit in schrille tegenstelling tot de schriele en magere Janneke Riplet, bassiste en speerpunt van de groep, gekleed in een bloot lapje, dat op haar rug creatief op de plaats wordt gehouden door een wirwar van stoute bandjes. Na tien of zoveel songs over triviale zaken zoals de dagelijkse sleur, geen lol, vakantieliefdes en winterdepressies wordt de set indrukwekkend afgesloten met Toni Basil’s cheerleaders hit Oh Mickey, You're So Fine (1982) en Love U Rock 'n' Roll (2006).
Sinds ik The Riplets voor het laatst heb gezien in het voorprogramma van het NK Luchtgitaar 2005 is de band enorm gegroeid. Misschien zijn het de time out van zeven maanden of de geboorte van Janneke’s Max Miles hieraan debet. Met de naamgeving van de baby werd in ieder geval de rekening vereffend van een niet nagekomen, vaderlijke belofte, die de mogelijkheid om de jazzlegende live in actie te zien, voorgoed voor haar zou afsluiten.